DE ONYX
De Onyxkanarie heb ik voor het eerst gezien tijdens de wereldkampioenschappen in Breda.
Hij is ontstaan omstreeks 1986 in Spanje waarschijnlijk komt hij voort uit een paring van een bruine kanarie met een Timbrado (Spaanse zangkanarie).
Twee Spaanse vogelliefhebbers, hebben deze nieuwe mutatie verder ontwikkeld tot wat hij nu is. Of moet ik zeggen hebben de basis gelegd voor de ontwikkeling van deze mutatie. In Nederland heeft onze sportvriend Constant van Santen een groot aandeel gehad in de ontwikkeling en verspreiding van deze vogels.
Mijn (onze) eerste jaren onyx
Zoals U allen wel weet vind ik dat een keurmeester bij moet blijven met de ontwikkelingen op het gebied van vogels. Zeker voor die vogels waarvoor hij of zij een keurbevoegdheid heeft. Dit bij blijven geldt niet alleen voor het zien van veel vogels, dus veel wedstrijden bezoeken en dergelijke, waardoor men goed de ontwikkelingen van vogels (kleurslagen) kan volgen.
Maar ook zeker de kweek van vogels en zeer zeker van nieuwe rassen dan wel kleurslagen.
Zo heb ik samen met Kees (een sportvriend) een aantal onyxen gekocht, om hier ervaring mee op te doen en omdat ik (wij) het een interessante kleur vonden.
De eerste kweekjaren zitten er op, tijd om de balans op te maken. Wat ons beiden is opgevallen, is dat de kweek van deze kleurslag gemakkelijker gaat dan bij vele andere nieuwe mutaties, zolang men kweekt met vogels uit de noordelijke landen. De jongen komen veel makkelijker groot.
Zodra er echter met vogels uit de meer zuidelijke landen wordt gekweekt, lopen de kweekresultaten terug, iets wat we ook zien bij de heel heldere agaten.
Dit kunnen wij beide stellen omdat ook de andere nieuwe mutaties van de laatste jaren in ons bezit zijn: Kees de eumo (welke ikzelf ook heb gekweekt) en ik de topaas.
Het eerste kweekjaar
In 1998 heb ik met twee split poppen en één volle Onyx man gekweekt, Kees met drie split poppen en ook een volle man.
Kees heeft er 24 jongen van, waarvan 5 volle Onyxen en ik heb 21 jongen waarvan 5 volle Onyxen. Te weten 3 Onyx wit (twee mannen en één pop) en twee Onyx geel. Alle overige vogels zijn split voor Onyx.
Dus voor het volgende seizoen hadden wij voldoende kweekmateriaal om een goede stam op te bouwen.
Wij zullen dan ook onderling steeds wat vogels uitwisselen, ruilen of van elkaar lenen. Iets wat wij ook het afgelopen jaar al gedaan hebben.
Altijd spannend zoiets nieuws, wat komt eruit, hoe verloopt de kweek?
Bij mij de eerste kweekronde 11 jongen en de tweede ronde 10 jongen, een mooi resultaat vind ik.
Met spanning wordt er gekeken als de jongen uitkomen; kun je snel zien welke Onyxen worden?
Ik denk het wel, maar daar moet ik volgend kweekseizoenen nog wat meer op letten. Mijn eerste indruk is dat de volle Onyxen een wat andere huidskleur hebben dan de vogels welke split voor deze factor zijn. De nestjongen komen nog vrij bruin over als ze in het nest liggen.
Zodra de bevedering goed begint te komen is het onderscheidt heel duidelijk te zien, de volle Onyxen laten geen bruin in de bevedering zien, aan de veerranden die meer donkergrijs zijn is dit het best waarneembaar. Bij alle andere vogels uit de zwartserie is deze veerrand altijd bruin.
Persoonlijk vind ik dat deze factor op dit moment het best tot zijn recht in de zwart en agaatserie, alhoewel ik op de COM wedstrijd ook een prachtig bruin exemplaar heb gezien van de voortrekker op het gebied van nieuwe kleurslagen Constant van Santen uit De Meern.
Fijn dat er zulke liefhebbers zijn, die zo werken aan de ontwikkeling van iets nieuws en daar kosten nog moeite voor sparen.
Niemand die zich afvraagt wat voor een investering deze liefhebbers moeten doen om iets te ontwikkelen.
Veelal moeten er dure (zeg maar gerust heel dure) vogels worden aangeschaft.
Ik vind het daarom te verdedigen dat deze liefhebbers, want dat zijn het in de eerste plaats iets van hun investering willen terugzien.
Maar ik dwaal wat af, terug naar de ervaring.
De vogels ontwikkelen zich en dan zijn er momenten dat je voor de kooi st aat en denkt, wat is nu de Onyx. Maar gaande weg zie je steeds beter welke vogels onyx zijn en welke niet. Dit laatste is m.i. een must om voor standaardisering in aanmerking te komen.
Erkenning kan en mag alleen plaatsvinden als het zich duidelijk onderscheidt van andere kleurslagen.
Je kunt niet zeggen dat de vogels zwarter zijn dan vogels uit de zwartserie. Nee, het zwart oogt heel anders, een veel grotere concentratie van zwart, welke door de grotere uitspreiding in de veer oogt als antraciet zwart.
U zult begrijpen dat wij erg enthousiast zijn over deze kleurslag, niet alleen door de goede kweek, maar ook omdat wij het een aanwinst vinden voor onze hobby.
Dat er nog veel werk te verzetten is moge duidelijk zijn.
Deze vogels zijn met alle grondkleuren te kweken, zelf vind ik de vogels met een witte- en rode grondkleur prachtige exemplaren. Dit omdat het rood niet meer vermengd met bruin phaeomelanine een hele heldere frisse kleur laat zien, echt rood.
Samenvattend kunnen wij zeggen dat het in onze ogen een aanwinst is voor de kleurkanariekweek, die weer tal van nieuwe kleurslagen zal opleveren.
Belangrijk dat we ze zeker de eerste tijd fokzuiver houden, om zo de factor optimaal te kunnen uitbouwen, omdat zoals we allemaal weten onderliggende factoren de kleur soms toch beïnvloeden.
Maar, het ontwikkelen van de vogelsport houdt ook in, dat je als liefhebber een idee hebt wat een andere mutatie in deze kleurslag kan doen.
De kweker ontwikkelaar probeert dus mutatiecombinaties uit, een heel mooi voorbeeld hiervan is de kweek van zebravinken. Hier zijn prachtige vogels gekweekt.
Uit experimenten is duidelijk vast komen te staan dat het een nieuwe mutatie is.
Wel weten we nu dat de onyxfactor een multiple allele is van de opaalfactor. Wanneer men namelijk een onyx aan een opaal paart, dan bekomen we vogels die de kenmerken van de onyx en de opaal nog beide laten zien een intermediaire verschijningsvorm dus.
We zien dit ook bij Phaeo-topaas combinatie.
Alle intermediaire onyxen kunnen onderling sterk verschillen in hun verschijningsvorm.
Bij de een zal de Onyxfactor meer overheersen, bij de ander de opaalfactor.
Deze intermediaire verschijningsvorm zijn mooie vogels, toch zullen we deze niet gaan vragen in ons vraagprogramma, belangrijk is het om er eerst voor te zorgen dat de onyx als mutatie goed wordt ontwikkelt.
Want we staan wat dat betreft nog pas aan de basis, ik ben ervan overtuigd dat deze mutatie ons nog veel moois zal gaan geven.
De onyx bestaat op dit moment ongeveer 15 jaar; hij heeft dus al een heel duidelijke ontwikkeling doorgemaakt.
De onyxfactor kenmerkt zich door de volledige afwezigheid van phaeomelanine in de bevedering en een verdubbeling van het zwarte of bruine(bij vogels uit de bruin serie) eumelanine.
De melaninecellen in de huid die de veren van melanine voorzien beginnen normaal gesproken eerst met aanmaak van phaeomelanine en vervolgens wordt eumelanine afgezet in de veren.
Bij de Onyx begint meteen de aanmaak van eumelanine en wordt dit afgezet op die plaatsen waar normaal phaeomelanine zit. Vervolgens wordt op normale wijze eumelanine afgezet die de tekening maakt.
De vogel maakt geen phaeomelanine aan, maar in plaats daarvan maakt de vogel alleen maar eumelanine aan en in een meer dan dubbele hoeveelheid. Dit eumelanine ligt dus niet op dezelfde plaats als het phaeomelanine, maar wordt in een grotere hoeveelheid afgezet op plaatsen waar normaal het eumelanine in de veer zit, het zal zich dus meer spreiden.
Wel zal er een duidelijk zichtbare bestreping op een iets lichtere ondergrond moeten blijven bestaan.
Deze bestreping zal aanmerkelijk breder mogen zijn dan bij onze klassieke vogels.
Omdat er geen zichtbaar phaeomelanine meer aanwezig is in de bevedering zal de broekbevedering lichter overkomen. Ditzelfde geldt voor de kleur van de poten en nagels, ook deze zullen wat lichter zijn dan bij de klassieke vogels.
Strenge selectie zal hierin de komende jaren zeker nog verandering kunnen brengen.
De lipochroom tint zal als gevolg van de afwezigheid van phaeomelanine anders overkomen, de lipochroom komt veel helderder (frisser) over.
In sommige vogelbladen wordt geschreven dat m.n. het geel wat warmer overkomt dan bij de klassieke vogels, dit heb ik echter bij mijn eigen vogels nog niet kunnen vaststellen.
Zwart onyx
De bestreping is donker grijszwart. Tussen de bestreping een zo donker mogelijke grijszwarte kleur. Een compacte presentatie van de gehele kleuruiting, vrij van bruin.
De invulling van de grijszwarte kleur tussen de bestreping vindt voornamelijk plaats op kop, hals en rug en vloeit naar de andere gebieden tot licht over. Door de langere bevedering en andere ligging van de kleurstoffen komt in deze gebieden de lipochroomkleur meer tot uiting.
De bestreping mag grover zijn maar moet duidelijk en gelijkmatig onderbroken zijn en aan de onderzijde van de vogel tot in de broekbevedering doorlopen.
Bij de Onyx in de zwarte groep wordt gestreefd naar een zo donker mogelijke vogel met zo veel mogelijk bestreping, die goed onderbroken is.
Poot- en snavelkleur zo donker mogelijk. Gestreefd dient te worden naar een kleur van de hoorndelen in harmonie met de kleur van het pigment.
Agaat-onyx
De bestreping van de agaat-onyx is zuiver grijs.
Tussen de bestreping een zo donker mogelijke grijze kleur. Een compacte presentatie van de gehele kleuruiting, vrij van bruin. Bij de agaat-onyx kan de bijtint hier overigens vrij gemakkelijk doorheen “breken”.
De invulling van de grijze kleur tussen de bestreping vindt voornamelijk plaats op kop, hals en rug en vloeit naar de andere gebieden tot licht over. Door de langere bevedering en andere ligging van de kleurstoffen komt in deze gebieden de lipochroom kleur beter tot uiting. De bestreping mag grover zijn maar moet duidelijk en gelijkmatig onderbroken zijn en goed aan de onderzijde van de vogel tot in de broekbevedering doorlopen.
Poot- en snavelkleur “zeer” lichtgrijs en eenkleurig. Gestreefd dient te worden naar een kleur van de hoorndelen in harmonie met de kleur van het pigment.
Bruin onyx
Deze vogel zal zich nog wat meer moeten ontwikkelen, maar lijkt in de toekomst een aanwinst te kunnen zijn voor onze wedstrijden.
Bij de kleurkanaries zijn nagenoeg alle vormen van bruin, warme bruine kleuren bruin.
Zelfs de bruinopaal, mits met voldoende eumelanine en phaeomelanine, heeft een warme bruine tint over de bevedering.
Echt koud (grijs-zandkleurig bruin) komen wij de de kanarie niet tegen. Wel bij andere soorten vogels die geen phaeomelanine meer bezitten.
De onyx heeft deze vorm van bruin wel.
Isabel onyx
Deze vogels zijn/worden niet besproken daar deze naar onze mening niet voor opname in het vraagprogramma in aanmerking zullen komen. De mutatiekenmerken komen in deze groep niet tot hun recht.
De toekomst
Ik hoop dat de Onyx een grotere aanhang krijgt waardoor verbetering van deze kleurslag de komende jaren mogelijk is.
Zelf wil ik mij de komende jaren toeleggen op de kweek van de bruine onyx. De bruine onyxen zijn door de speciale bruine kleur duidelijk herkenbaar.
Momenteel ben ik in het bezit van 2 recessief bruine onyx mannen, 1 dominant bruine onyx pop en een 7 tal bruine en bruin witte poppen welke split zijn voor onyx en 1 intermediaire bruine pop, welke ik gebruik omdat deze een geelivoor lipochroomkleur heeft.
Naast deze bruine variant zal ik ook een aantal koppels opzetten voor de kweek van zwart onyx wit recessief.
Er is aangenomen dat de isabel variant geen vogels zal opleveren die herkenbaar zijn en welke geen aanwinst zijn voor ons vraagprogramma. Al denk ik zelf dat dit klopt wil ik hier de komende jaren toch wat mee experimenteren.
Rein Grefhorst.