HET OPKOOIEN EN JONGE VOGELS IN DE ZANGKAST
Het is bijna weer
zover: we gaan onze jonge mannen opkooien. Voor mij is dat altijd een feest,
eindelijk zal ik aan de weet komen of de verwachtingen, welke ik aan het begin
van het seizoen had, zijn uitgekomen.
Zo zal het U ook
gaan, ik noemde dit de tijd van oogsten.
Het gehele jaar
immers hebben we grote zorg besteed aan het grootbrengen van de jongen, we
hebben de ouden met wakend oog gadegeslagen en er op toegezien dat ze hun
jongen goed voerden. Met verdriet bespeurden we soms dat het groot brengen van
een bepaald koppel niet van een leien
dakje ging. Van alles probeerden we dan om het voerproces wat te stimuleren.
Soms hielp dat maar even zovele keren konden we dat niet verhelpen.
Maar nu is die zorg
voorbij en hebben we toch nog een mooi aantal vogels op stok gekregen en
vandaag gaan we ze uitvangen.
Ik zal niet uitweiden
over dat U de inzetkooien klaar moet hebben staan. Dat is een duidelijke zaak.
U heeft ze schoon en wel weggezet, maar ik wil u er wel op wijzen dat u, vóór
de vogels in de schone kooien komen, deze een dag of veertien daarvoor goed
moeten zijn bespoten met een afdoend
luiswerend
middel. Want in die kleine
inzetkooien, die nu bovendien
(waarschijnlijk) in een verwarmde omgeving komen te staan, kan heel gemakkelijk
luis optreden. En, eenmaal luis in de zangkast, zal grote problemen geven: het
zal de vogels enorm storen en van de zangtraining komt niet veel terecht.
Een heel goed middel
tegen deze luis is het middel Ardap, maar dit is waarschijnlijk in Nederland
niet te verkrijgen. Het is in ons land nog niet vrijgegeven hoewel het volgens
de gebruiksaanwijzing onschadelijk voor de vogels is.
Dit middel heeft een
langdurige werking en is in Duitsland hét middel om hokken en kooien langdurig
luisvrij te houden.
Ik raad u aan om niet
alleen de jonge mannen uit te vangen maar ook de popjes. U heeft nu de kans om
al de vogels op hun lichamelijke gesteldheid na te kijken.
Maak een lijstje waarop u de ringnummers
kunt zetten met daarachter een
paar kolommen waarin kruisjes kunnen worden gezet.
Achter een vogel die
in het geheel niet aan de eisen van een kweekvogel voldoet komt een 0 te staan.
Achter een vogel die
weliswaar nog niet 100 % is komt een kruisje, een vogel die volgens u goed voldoet
krijgt 2 kruisjes en een vogel die er werkelijk optimaal uitziet krijgt 3
kruisjes achter het ringnummer
Deze methode is
vooral belangrijk bij de beoordeling van de toekomstige kweekpopjes.
Het is de eerste
controle; volgende controles geven een goed inzicht met wat voor vogels u het
beste de volgende kweek kunt beginnen.
Het beste kunt U de
jonge, pas opgekooide mannen, een paar dagen nog in de omgeving laten waar ze
in de vluchten hebben gezeten. Ik doe dat trouwens de laatste jaren niet meer,
bij mij gaan ze in de lopers naar boven waar mijn zangkast is, en de mannen
gaan direct in de zangkast. De popjes gaan weer terug naar de volière. De reden
daarvan is dat ik het gemakkelijker vind om met lopers twee trappen op te gaan
dan om straks, na het opkooien, vele malen met vier kooitjes op de arm naar
boven te stommelen met alle gevaren van dien. (Ja, je wordt toch een dagje
ouder nietwaar?)
Maar goed, de vogels
zitten nu in de inzetkooitjes en dat is een hele verandering in hun leven. Ze
zullen de eerste dagen wat stil zijn. Natuurlijk kunnen ze elkaar nog vrijelijk
zien want we hebben de tussenschotjes nog niet geplaatst.
Maar al spoedig zijn
ze gewend en na een dag of 10 kunnen de schotjes worden geplaatst.
Dat is natuurlijk ook
wel weer even wennen maar spoedig horen we van de brutaalste al weer wat
geluid. Sluit het gordijn voor de kast nog niet, dat komt pas later maar laat U
wel regelmatig bij de kast zien en geef ze dan wat lekkers.
Ze zullen al spoedig
weer aan U wennen, Praat eens tegen ze wanneer u ze iets lekkers geeft en u
zult zien dat ze op den duur rustig blijven zitten als U voor de zangkast
verschijnt. Ga ook een tijdje voor de zangkast zitten en observeer ze dan. Zo
doe ik het althans en weet dan gauw de mannetjes te zitten want ook mij gebeurt
het ieder jaar weer dat ik een paar popjes voor mannetjes heb aangezien.
Overigens kooi ik bij
twijfel van het geslacht de bewuste vogel toch op en wacht dan af of de zang
wel of niet komt.
De kleine zandlade
van het inzetkooitje is al snel vuil en het tweemaal per week poetsen van de
kooitjes en de zangkast is geen overbodige luxe. Ik althans maak de kooien
zeker om de drie dagen schoon. Voor elke kooi heb ik een reserve zandlade en
ook reserve zitstokken.
In de maat van de
zandlade heb ik stroken papier voorradig zodat de lade beschermd wordt tegen
het uitbijten van ontlasting en dergelijke.
Op deze manier is het
schoonmaken van de kooien snel gebeurd. Aan de vogels te zien is het dankbaar
werk want ze zitten er als het ware weer fleuriger bij dan vóór het
schoonmaken. Maak tijdens deze schoonmaak ook de zangkast schoon en neem de
planken af met een sopje waardoor U wat bleekwater heeft gemengd. Vergeet
daarbij ook de tussenschotjes niet.
Maak af en toe ook
het eet- en drinkglaasje schoon. Misschien heeft U, net zoals ik, ook reserve
glaasjes, dan is het een fluitje van een cent en voorkomt U daarbij
verontreiniging. De oude zangkanariekwekers hebben hun mannen in de zangkast op
raapzaad, dat doe ik ook, maar zorg er wel voor dat ze iedere dag een
hoeveelheid snoepzaad krijgen. Dat snoepzaad mengde ik voorheen zelf. Maar ik
heb ontdekt dat De Witte Molen een gemengd zaad in de handel brengt zonder
raapzaad, speciaal bestemd voor postuurkanaries.
Dat gebruik ik nu al
enige jaren, voor de mannetjes in de zangkast als snoepzaad en dat bevalt me
uitstekend. Niet meer zelf zaden mengen maar een hoog gekwalificeerd
zaadmengsel in de handel waar de vogels heel graag van eten.
Het is zelfs zo dat
ik het nu ook gebruik tijdens de kweek en ik heb de ervaring dat oude vogels er
hun jongen ook graag mee voeren.
Natuurlijk krijgen de
vogels in de zangkast elke dag een schepje eivoer. Zelf kunt U de dagindeling
bepalen. Wilt U een indicatie? Ik begin de dag met het glaasje water te
verversen, en blaas het bakje met raapzaad uit en vul het bij. Tegelijkertijd
doe ik op het bakje met raapzaad een
schepje snoepzaad.
In de loop van de dag
geef ik de vogels een bad met behulp van een bloemenspuit. Zet deze spuit niet
al te krachtig maar laat de nevel zachtjes regenen.
U zult zien dat de
vogels er op den duur aan wennen, en.. ze blijven zelf ook schoon en dat is een
prachtig gezicht. In de middag krijgen ze een klein stukje groenvoer en dat kan
van alles zijn.
Bijvoorbeeld een
stukje witlof, sla, andijvie of een stukje zoetzure appel.
In de avond krijgen
ze nog een klein schepje snoepzaad. Breng ook eens wat afwisseling in de
lekkernijen door middel van wat gekiemd zaad. Dat laatste moet wel vers zijn.
Zo bent u al bezig de
vogels te trainen en rustig te maken en als U begint met vogels uit te zetten,
vergeet dan nooit om ze, na dat uitzetten en te hebben geluisterd naar hun
zang, te belonen met iets waarvan je weet dat ze dat lekker vinden.
Ik hoop dat u mooie
vogels heeft gekweekt en er net zoals ik van zult gaan genieten en sluit af met
een groet waarmee Duitse auteurs hun artikel in hun vogelblad vaak afsluiten:
Goed Hol .'!!