VETTEN IN DE VOEDING
Van vetten wordt je vet. U kent het
wel: we eten te veel vetten (frietje mayo, hamburgers, junkfood). Vetten hebben
in de menselijke voeding een niet al te best imago. Dat ligt echter niet aan de
vetten maar aan het voedingspatroon van de mensen en aan de leefstijl. In
vroeger tijden, toen de mensen nog dagen van meer dan twaalf uur op het land of
in de fabriek maakten, waren dergelijke prestaties alleen mogelijk met veel
vetten in de voeding. Alles heeft te maken met energieaanvoer en
energieverbruik. Ook bij onze vogels.
Functies vetten en oliën
Vetten en oliën zijn wel
degelijk belangrijk
1. Als energieleverancier (warmte en arbeid).
2. Als drager van bepaalde vetoplosbare
vitamines: Vit. A, D, E en K)
3. Als reserve-energie in de vetopslag
Vet en olie zijn chemisch in zoverre
gelijk dat beiden zijn opgebouwd uit één deel glycerol en drie delen vetzuren.
Vet is bij kamertemperatuur vast, olie is vloeibaar bij kamertemperatuur.
Het verschil is de samenstelling van
de vetzuren. Hoe kleiner de vetzuren, (hoe korter de vetzuurketen) des te
vloeibaarder en des te beter het vet of de olie verteerd kan worden in de dunne
darm.
Verteren van vet of olie betekent: de
glycerol en de drie vetzuren worden in de dunne darm uit mekaar gehaald (door
enzymen). Vervolgens wordt het vrijkomende glycerol en de drie vrijkomende
vetzuren door de darmwand naar de bloedbaan getransporteerd (= verteerd).
Via het bloed komen de glycerol en de
vetzuren in de lever terecht. Afhankelijk van de behoefte aan vetzuren
vertrekken ze verder richting weefels en worden daar verbruikt
(energieleverancier) ofwel weer opgebouwd tot vet (het “buikje” bij vogel of
mens) als zijnde reservevoorraad. Verder wordt een gedeelte van de vetzuren ook
in de lever in de vorm van vet opgeslagen.
Essentiële vetzuren
Sommige vetzuren (de zogeheten
essentiële vetzuren) moet de vogel perse via de voeding binnenkrijgen. Deze
vetzuren zijn onder andere van belang bij het goed functioneren van allerlei
processen in het dier, waaronder het gehele voortplantingsproces, het in goede
conditie houden van de huid en de darmen. Symptomen bij tekorten zijn: een
schilferige huid en groeistilstand.
U kent de essentiële vetzuren wel van
de reclame op TV: “Becel met extra meervoudig onverzadigde vetzuren, goed voor
hart en bloedvaten”.
Plantaardige oliën, voorkomend in
vetrijke zaden, bevatten relatief veel essentiële vetzuren zodat vogels hier
niet zo snel een tekort aan zullen krijgen
Reservevoedsel
Vogels kunnen vet en/of olie best
goed in de dunne darm afbreken en verteren.
Vet is belangrijk als
reserve-energiebron. Een vogel zal voor de winter reserves gaan opbouwen voor
de schrale winterperiode. Een pop zorgt voor de opbouw van vetweefsel als
energiereserve voor het broedseizoen. Het bebroeden van eieren en het
grootbrengen van een nest jongen kost namelijk heel veel energie. Is de
vetreserve van de vogel uitgeput dan zal het dier alleen nog via de voeding
energie kunnen putten voor de voeding van de jongen. Lukt dat niet dan zal de
oudervogel ofwel niet alle jongen kunnen grootbrengen ofwel zelf sterk in
conditie achteruitgaan omdat de vogel eigen lichaamsweefsel (spieren) gaat
afbreken om toch maar de jongen te kunnen voeden.
De gevolgen laten zich raden: een
oudervogel die volkomen "opgebrand" is na het eerste legsel. Grote
kans dat het dier bezwijkt in de loop van het broedseizoen of nooit meer “boven
Jan” komt. Een overmaat aan vet is uiteraard uit den boze.
Wanneer de vogel niet koud gehuisvest
wordt is de totale energiebehoefte minder groot dan wanneer vogel 's winters
buiten moet verblijven. Teveel voer (niet perse vet voer) heeft de vorming van
veel vetweefsel tot gevolg: de bekende zware borst bij een kleurkanariepop of
zebravink. Op een vogelshow worden dergelijke vogels meteen bestraft in de
rubriek "vorm".
victoria