APPELVINK, kersenbijter
Coccothraustes cocdothraustes
Tsjonge, wat voor vogels er nu in het net hangen, weet ik niet, maar het lijken wel super huismussen, met van die grote, dikke, grijze snavels!”
Met een klap vloog de deur van ons ringersonderkomen open en het zoontje van een van onze gasten tijdens het vogelringwerk stormde binnen. Het blonde koppie keek ons verheerlijkt met glanzende oogjes aan. Kom maar gauw mee, dan kun je het zelf zien en eh …. wat zijn het?
Het vermoeden wat het zouden kunnen zijn, had ik al wel, maar je wilt toch eerst zelf even kijken en je overtuigen wat het werkelijk zouden zijn.
Mijn gedachten kwamen uit. In een van de staande netten in een windsingel hingen twee appelvinken. De gedachte van het jochie, dat ze wel leken op erg grote huismussen was zo gek nog niet, want inderdaad hebben ze wel wat overeenkomsten wat kleuren betreft.
Opvallend aan de appelvink is de bijzonder grote en krachtige grijze snavel. Een snavel waarmee ze heel wat aan kunnen.
Na enig gepeuter heb ik ze beiden uit de mazen van het net gehaald. Wel uitkijken dat de forse snavels niet het vel van mijn handen te pakken krijgen.
Jeroen, het jongetje, vindt het prachtig en kijkt vol ontzag naar de wat gedrongen vogels met die ogenschijnlijk veel te grote grijze snavels. Vooral dringt de betekenis ervan tot hem door wanneer ik hem vertel dat deze vogels in staat zijn pitten van kersen en zelfs wel pruimen stuk te bijten. Een aantal bijzonder sterke nek- en halsspieren moeten die vogel wel in staat stellen de pitten van de kers stuk te bijten.
Er zijn mensen die denken dat deze vogels zich te goed doen aan kersen en eventueel pruimen, waarbij ze na het vruchtvlees opgegeten te hebben verder gaan met de inhoud van zo n pit.Toch blijkt dat niet het geval te zijn.
Zijn de kersen rijp en vallen ze van de boom op de grond, dan komt de appelvink pas in actie om zich juist alleen met de pitten bezig te gaan houden.
Krenten
De vangst van appelvinken is voor mij echt geen dagelijkse bezigheid. Zo af en toe vang ik er eens een of een paar. Ik zie het meestal als krenten in de pap van je vogelringwerk. Het is leuk wanneer je tussen al die honderden Kleine karekieten tuinfluiters en fitissen eens iets vangt dat je meer sporadisch in handen krijgt. Appelvinken zijn dat wel voor mij.
Was zeldzaam
Een aantal jaren geleden was de appelvink nog een vrij zeldzame broedvogel die je alleen aantrof in gebieden met flinke bossen met een uiteenlopend aantal soorten bomen. Het zijn echte zaadeters die ook graag de zaden van es, esdoorn, haagbeuk, hulst en roos (rozenbottel) uit elkaar peuteren. In bepaalde streken waar veel erwten verbouwd worden willen ze zich ook nog wel eens te goed doen aan groene erwten. Tot verontwaardiging van de eigenaar van die erwten natuurlijk. Want hij kan er wat van met die snavel. Aan de snavel zitten aan de snavelwortel boven en onder een paar knobbels waartussen de kersenpit gekneld kan worden.
Schuw
Over het algemeen Is deze vogel vrij schuw. Je krijgt hem meestal slechts op afstand te zien. Meestal bivakkeren ze hoog in de bomen.
Krijg je ze te zien, dan vallen ze wel direct op.
Evenals de goudvink stelt de zang van deze vogel niet veel voor. Het is een deunend wijsje dat het mannetje in zijn broederf voortdurend ten gehore brengt. Ken je het niet dan valt het zelfs niet op dat die vogel zijn zang laat horen.
Sinds enkele jaren is het aantal appelvinken in ons land toegenomen. Vermoedelijk ook onder invloed van de komst van de vele boomgaarden in de IJsselmeerpolders kun je hem daar inmiddels ook regelmatig te zien krijgen. Zelfs in het reservaat waar ik regelmatig ring broedt hij inmiddels met enkele paren.
Het is een lust om die vogels bezig te zien, wanneer ze jongen hebben. Gezeten in het donker van een van de observatiehutten in het reservaat kun je ze dan druk bezig zien met het voeren van hun jongen op vrij dichte afstand met o.a. de vruchtjes van de veldkers of de els.
Beschrijving
De bovenzijde is overwegend roodbruin, terwijl de onderkant wat rossig is. Ze hebben een zwart befje. De schouders hebben een witte streep. Kenmerkend is de forse grijze snavel en de heel apart gekleurde ogen: heel licht grijs met die zwarte pupil. Jeroen vond de ogen tenminste niet zo leuk!
Ze maken hun komvormig nest graag hoog in een boom op een tak. Het vrouwtje is degene die dat bouwt van grasworteltjes en gras in het kommetje, terwijl het nest vooraf grotendeels is opgebouwd uit mos en dunne twijgjes en takjes.
In dat nest komen dan 4-6 eitjes. Meestal is dat eind april. Na 12 dagen komen de jongen uit het ei. Pa en ma voeren beiden alsof hun leven er van afhangt. Dat die jongen zo goed gevoerd worden blijkt wel, want na krap 12 dagen verlaten de jongen het nest al. Het zijn dan armtierige beestjes om te zien, maar ze kunnen hun vleugeltjes al wel gebruiken om zich behoorlijk te verplaatsen. De staartjes zijn maar kort. Trouwens de staarten van pa en ma zijn ook niet om over naar huis te schrijven. Die zijn vrij kort en stevig, maar zien er meestal niet te florissant uit. Ik heb altijd de gedachte dat die staarten nog wel eens als steun gebruikt worden om kracht bij te zetten als ze met de machtige snavel iets hards stuk moeten bijten.
Het is een broedvogel van zo’n beetje geheel Centraal Europa tot ver in ‘t Aziatische deel van Rusland.
Balts
Bij het baltsgedrag van deze vogels valt het op dat het mannetje de veren van borst en kop als het ware opzet. Vervolgens maakt hij veel strijkages, door de kop op een specifieke manier neer te buigen, waarbij hij tevens de toppen van de vleugels als het ware laat slepen/hangen. Daarbij nadert hij het wijfje en het lijkt er wel op dat hij haar dan voeren wil. Maar dat is een onderdeel van het paringsritueel. Hij tikt alleen met de snavel tegen de snavelpunt van mevrouw. Hij “kust” haar als het ware, we hebben daar een term voor: “ritueel voeren”.
Zie je appelvinken vliegen, dan is het echt niet moeilijk om ze als soort te herkennen: de snavel vormt daar bij “het” kenmerk en verder vallen de licht/witte grote vleugelvlekken bij de schouder op.
De appelvink behoort tot de groep van de VINKEN.
Kenmerkend bij deze soort is: ze hebben vrijwel allemaal een andere kleur vlek op de bovenkop.
De gewone vink grijsblauw, de goudvink zwart, de appelvink bruin. Andere soortgenoten als de groenling en putter vertonen geel of rood in hun masker. De kleur van de bovenkop is voor de vogels een onderling soortkenmerk, waar ze gebruik van kunnen maken bij de trek en het vliegen in groepsverband.
Volksnamen
Het is leuk nog even aandacht te besteden aan de verschillende namen die deze vogel in de streektaal mee gekregen heeft.
Landelijk: kernbijter, koningsvink, kersevink.
Friesland: appelfretter, kersebiter, karsebiter.
Limburg: dikbek, keersvink Gelderland: kersebiter Noordbrabant: kierseknieper.
Zo te zien dus in elke provincie niet direct de appel maar juist de kers!
G.Frank