KRAAIEN
Een van mijn buren slaakte deze week de verzuchting tegen me: “Waar komen toch al die kraaien vandaan, wat zijn er veel tegenwoordig?”. Inderdaad valt het grote aantal kraaien op dat momenteel steeds boven de weilanden te signaleren valt.
En de oorzaak .... eigenlijk heel simpel.
Normaal is de zwarte kraai, het zijn vooral zwarte kraaien die je momenteel zo veel ziet, een vrijwel solitair levende vogel.
In het najaar zie je ze meestal in een groepje van drie of vier vogels bij elkaar in de weilanden opereren. Vooral wanneer de schouw geweest is in oktober liggen er op de slootwallen veel mossels.
Deze mossels worden door de kraaien in de snavel meegenomen. Boven een weg laten ze die zwanemossel van een flinke hoogte op de grond vallen, waardoor de schelp van de mossel barst. Ze kijken dan of ze met hun snavel bij het vlees van de mossel kunnen komen. Is dat niet het geval, dan wordt de poging van opvliegen en laten vallen herhaald. Tenslotte peuzelt de vogel de inhoud keurig uit de schelp.
Elke keer is het weer een belevenis, kraaien zo bezig te zien.
Het resultaat vind je aan de kant van de weg ... tientallen kapott schelpen vertellen je iets over de bezigheid van de kraai .... zichzelf voorzien van een goed stukje mosselvlees.
Voor fietsers en automobilisten leveren deze schelpen soms minder leuke gevolgen op. Een spits scherfje van de schelp in je band zorgt regelmatig voor een lekkende band.
Nu is dit jaar door de enorme regenval de schouw grotendeels achterwege gebleven. Het gevolg voor de kraaien is dat er mindergschelpdieren opgepeuzeld kunnen worden.
Op hun voedselzoektocht stropen ze stad en land af. In andere jaren konden ze flink verspreid over al het land hun kostje vergaren. Maar nu tref je flinke concentraties aan. Concentraties op die plaatsen waar voor hen voldoende voedsel aanwezig is...en dat is er.
Door de vele regens is de oogst van mais dit jaar aan de late kant. De mais wordt door het loonbedrijf gehakseld. Grote containers met de gehakselde mais rijden op zo’n oogstdag af en aan. Onderweg wordt behoorlijk wat mais verloren met het gevolg dat langs de wegen duizenden maiskorrels terecht komen.
Ook op de maisakkers blijft zo het een en ander achter. Fantastische maagvulling voor kraaiachtigen.
Zelfs in de tijd dat de maiskolven rijpen krijgen deze bezoek van de kraaien. Ze weten precies waar ze moeten zijn om hun maagjes te vullen ... en geef ze eens ongelijk.... eten in overvloed.
Die grote groepen vooral zwarte kraaien profiteren momenteel dus van de oogst van de mais. En er is de laatste weken nogal wat geoogst. Echt voor allerlei zaadetende vogels is het een tafeltje dekje van jewelste.
Naast de zwarte kraai tref je in veel mindere mate roeken aan. Dat is ook zo’n zwartrok, maar gemakkelijk te herkennen aan de kale huid rond de snavel. De roek is in de eerste plaats een insecteneter. Bij dat speuren naar insekten verdwijnt de snavel steeds een eindje in de grond. Grond die vaak niet meegeeft en zo voor de slijtage zorgt van de korte veertjes rond de snavel; tenslotte zijn deze veertjes helemaal afgesleten.
Een soort kale washuid blijft dan over. Het is het kenmerk van een roek in het veld.
Roeken zijn ook de vogels die jaarlijks in grote groepen op verschillene plekken in de hoge bomen van het stadsplantsoen hun nesten bouwen. Inmiddels zijn er al heel wat roekenkolonies in onze omgeving ontstaan.
De zwarte kraai heeft ook behoorlijk gezelschap gekregen van torenkraaien. Het zijn de kleine kraaitjes die rond de torens zwieren. Door maatregelen op bouwkundig terrein kunnen ze niet meer in de gaten broeden aan de dakrand van de torens.
Inmiddels hebben ze ontdekt dat vooral in nieuwbouwwijken schoorstenen zijn waarin ze gemakkelijk een nest kunnen bouwen.
De torenkraai, ook wel kauw genoemd, is een echte gezelligheidsvogel. Hij houdt van gezelschap. Je zult ze vrijwel nooit alleen zien. Vrijwel altijd zijn ze met z’n tweeën. We noemen ze wel de onafscheidelijken. In het tweede levensjaar worden ze broedrijp en worden de paren gevormd. Onderzoek heeft uitgewezen dat ze een verbintenis aangaan voor het leven. Steeds blijven mannetje en vrouwtje trouw bij elkaar. In de broedtijd blijven ze steeds in de buurt van het nest, maar zo gauw die afgelopen is zie je tegen de avond de kauwen in groepen de stad uit trekken.
Elke avond.... druk roepend ... kauwend ... volgen ze steeds vrijwel dezelfde route naar hun gezamenlijke slaapplek.
Sinds de komt van Oostelijk Flevoland zijn daar verschillende bossen aangelegd. De bomen in die bossen zijn inmiddels hoog uitgeschoten. En in die hoge bomen brengen ze groepsgewijs de nacht door. Voor de groep in slaap valt hoor je ze nog een tijd druk kouten, regelmatig vliegen er een paar op, draaien om de toppen van de bomen om een zo goed mogelijk plekje te vinden. Is dat ontdekt, dan zitten de paartjes steeds twee aan twee dicht bij elkaar.
Zelfs in de slaapvlucht zijn ze onafscheidelijk. Je ziet de groep als geheel overkomen, maar let je op de vogels elk, dan valt het op dat ze vrijwel constant twee aan twee vliegen.
Hun paartrouw is bijzonder sterk. Ook op de maisakkers is dat goed te zien. Steeds scharrelen er twee bij elkaar. Bij dat zoeken naar voedsel lijkt het of de een van het paartje de ander constant volgt. En tijdens dat zoeken hoor je hun conversatie met veel kauwgeluid.
Inmiddels zijn veel van deze maisakkers alweer bemest en direct na het mesten gaat de ploeg over die akker omdat voldaan moet worden aan het voorschrift in het mestbeleid. Maisland bemesten is toegestaan, maar alleen wanneer er ook direct geploegd wordt. En achter die ploegen vaak honderden meeuwen.Veel kap- of kokmeeuwen, te herkennen aan hun zwart stipje als een koptelefoon achter het oog. Wat me echter opvalt zijn ook de grote groepen stormmeeuwen die er tussen zitten. Deze wat grotere meeuw heeft vaak een wat grijzige kop, terwijl aan de vleugelpunten, tijdens het zitten op een paal of de grond de wite stippen opvallen aan de zwarte vleugelpunten. Zochten de kraaien de maiskorrles, de meeuwen komen op de insekten, wurmpjes en slakjes af die tijdens het ploegen naar boven komen. Haastig om maar niets tekort te komen, steeds opvliegend en neerstrijkend direct achter de ploegscharen. Zo is er ok nu ondanks heet gure herfstweer toch nog volop te genieten en wat te beleven.
G.Frank