WATERSLAGERS – ZANG

 

Over het hoe en waarom van het zingen van vogels is in de loop der jaren een hele theorie ontwikkeld.

Door die theorie aan de praktijk te toetsen zijn er goede verklaringen naar voren gekomen, uiteraard ook bedacht en er is veel verondersteld.

Aan veronderstellingen heb je in de wetenschap niets, want daar tellen alleen stellingen die bewezen kunnen worden. Inmiddels is er over vogelzang al vele tientallen jaren wetenschappelijk gediscussieerd  en in wezen zijn heel wat stellingen bewezen ron­d het fenomeen zingen van een vogel.

Nu zingen niet alle vogels, waardoor het zelfs mogelijk bleek een bepaald onderscheid in de families en soorten aan te brengen. Bij ons gaat het in de eerste plaats om ZANGVOGELS en alles wat daarmee samen hangt.

 

Gedrag

Het vakgebied omtrent het gedrag van zangvogels is te uitgebreid en te ingewikkeld om het volledig tot zijn recht te laten komen, vandaar dat ik me  beperk tot díe zaken die voor de zangvogelliefhebber  dienstig maar vooral ook nuttig zijn. Aan feiten alleen heb je niks.

Zo is de zang van een vogel onderdeel van zijn gedrag. Over het algemeen is het zo dat alleen de mannetjes zingen, maar elke zangkweker staat nog wel eens in dubio of een door hem als pop geselecteerde vogel echt wel een vrouwtje is. Er kunnen poppen tussen zitten, die echt als een man zingen en op die manier de indruk wekken ook echt een mannetje te zijn.

Zelf heb ik er wel eens een tussen zitten, die geslagen klokken en prachtige tjokken brengt, waardoor je echt aan het twijfelen raakt of het nu echt wel een pop is of niet. Recent ving ik een dergelijke vogel uit en het bleek zelfs een overjarige pop te zijn die in '99 zeven jong had grootgebracht. 'Toe maar' ,denk je dan, 'alles is mogelijk, ook dat !"

Zang  is echter niet duurzaam. In de loop van zijn leven kan de zang en zanglust afnemen. Daar zijn zelfs wel oorzaken voor aan te wijzen, maar het blijkt dat de INHOUD van het lied op zich niet verandert. Een zangvogel is na 15 maanden uitgestudeerd en uit­geleerd en ligt het lied vast. Of het beestje dan nog volledig dit wil en kan brengen is niet gezegd.

Raadzaam is het zelfs om ruim overjarige mannen aan te houden. Dit niet alleen om een eventuele teruggreep bij het opzetten vaneen stamboek mogelijk  te maken, maar ook om te weten of de betrokken vogel echt zo goed in zijn toeren is als het wel aanvankelijk leek in het eerste jaar. Heeft de vogel zijn liedonderdelen al­lemaal nog en ziet kans bij keuringen en redelijk aantal, soms zelfs  gelijke of betere punten te behalen dan in zijn eerste jaar dan zijn dat de koningen.

Zingt hij veel en constant door en is daarbij levendig en actief of blijkt het een vogel te zijn die zo af en toe iets ten gehore brengt

Ook dit kan een onderdeel van de selectie van de vogels zijn bij het al of niet aanhouden van de vogel. Dit heeft ook met het vogelgedrag te maken. Het is zeer verleidelijk om een vogel die hoog in punten en predikaat zit aan te houden en verder mee te kweken, terwijl zijn zanglust behoorlijk te wensen overlaat. Als voorzanger is hij dan wel te gebruiken, maar als kweekvogel zou ik hem op non-actief zetten. Ook hier geldt namelijk de regel: hoe vaker een vogel zingt als ouder, dan vind je dat vele ook vaak bij de jongen van die vogel terug.

 

Een waterslager kent veel onderdelen in zijn lied. Die onderdelen dien je als kweker niet alleen te kennen maar ook kunnen herkennen.

Beginnende kwekers doen er daarom erg goed aan zo snel mogelijk de onderdelen te leren herkennen. Het lijkt moeilijk, maar in wezen tegenwoordig erg eenvoudig omdat er bandjes en CD's in de handel zijn met de onderdelen door uitstekende vogels gebracht. Door zuiver voor je zelf op het gehoor te trainen per onderdeel heb je het vrij snel door en onder knie.

Een pracht hulpmiddel hierbij is dat je CD's in je speler kunt programmeren, waarbij de verschillende onderdelen afwisselend  ten gehore worden gebracht. Op die manier wordt je gedwongen niet al­leen scherp te luisteren, maar al luisterend je zelf ook op de juistheid te controleren. Eventueel kun je met collega-kwekers afspreken een repetitiebandje of CD te maken en via een wedstrijdelement proberen elkaar de loef af te steken.

Heb je eenmaal de zangonderdelenherkenning (wat een woord niet) onder knie, dan volgt het bewaardigen, het op waarde schatten van een toer/liedonderdeel door punten toe te kennen. Dat lijkt erg moeilijk en dat is in het begin ook niet zo eenvoudig, maar ook hier baart oefening nog steeds de kunst van beoordelen. Desnoods doe je dat weer gezamenlijk aan de hand van bandjes, die je zelf opgenomen hebt van een vogel. Het lied ligt dan als het ware vast en je kunt "terugspoelen" tot in den treuren en zo tot een juiste beoordeling komen.

Meestal begin je als zangvogelkweker met belangstellend luisteren zonder enige kennis van het lied als geheel of haar onderdelen. De interesse is er. . .je hoort de variatie in het geheel.

Je vindt het mooi of minder mooi. Juist door de onderkenning van het geheel besef je dat dat lied alleen mogelijk en mooi klinkt door de aaneenrijging van bepaalde klankonderdelen in wisselende volgorde.

Gebruik je kansen om zoveel mogelijk ervaring op te doen. Het komt je liefhebberij van houden van zangvogels alleen maar ten goede.