IN DE KEUKEN VAN ….. KEES EN GONDA COLIJN TE SPRANG CAPELLE

 

Kees en Gonda Colijn zijn binnen de A.N.B.v.V. met name bekend vanwege hun fokresultaten met nog niet in deze Bond gefokte vogels. Op de lijst met “oorkondes bijzondere kweekresultaten” komt in totaal 16 keer de naam Colijn of Colijn-Versteeg voor. Met name bij de duiven wordt beider naam vaak genoemd.

 

Kees en Gonda, beide op en top vogelliefhebbers wonen sinds hun huwelijk in Sprang-Capelle, op een steenworp van het bekende pretpark “De Efteling”.

Tijdens ons gesprek staan de kopjes koffie met koekjes op de tafel in de woonkamer. Maar ook een valkparkiet en een grasparkiet, elk in een eigen kooi.

Alles in huis “ademt” de vogelliefhebberij uit; van de parkieten op de kamertafel tot de pas gewassen voer- en waterbakjes in de keuken en de bekers en medailles op de kast. In de achterbouw en tuin breek je als het ware je nek over de vogels, vogelkooien, vogelmaterialen, broedkooien, nestkastjes enzovoort.

Ofschoon Gonda sinds een achttal jaren tobt met reuma verzorgt zij netjes het was- en poetswerk, terwijl Kees zich bezig houdt met het voeren en verrichten van allerlei andere bezig rondom de vogels.

 

Kees is afkomstig uit het dorp Dussen in het land van Heusden en Altena. Zoals veel vriendjes uit de polder ving Kees er eenden en fokte deze op in een varkenstrog die voorzien was van water. Ook jonge patrijzen en dergelijke waren niet veilig voor de jonge vogelaar.

In de beginjaren van een meer “georganiseerd” vogelbestaan was het alleen Kees die besmet was met het vogelvirus. Hij hield destijds Australische parkieten, zoals de pennantrosella en was niet aangesloten bij een vereniging. Pas later zou het verenigingsleven volgen voor Kees en nog later ook voor Gonda.

 

De hele  familie fokt vogels

Begin 1978 heeft Gonda echtgenoot Kees, zonder diens medeweten, aangemeld bij de plaatselijke vogelvereniging te Sprang-Capelle. Toen begon voor de Colijns het fokken voor tentoonstellingen.

Gonda gaf in het begin helemaal niets om vogels en is pas met het vogelvirus besmet toen er een keer jonge kwartels geboren waren. Dagelijks zat Gonda op haar knieën te zoeken naar het jonge grut. Daarna wilde zij zelf ook wel wat vogels voor haar eigen. En zo begon nummer twee van de familie.

Later werden zoon Kees en dochter Dani “besmet” en beiden hebben jaren vogels gefokt. Dochter Dani heeft inmiddels molenplein 16 verlaten en fokt in haar eigen huis inmiddels glosters (in de huiskamer). Bij pa en ma thuis worden de zebravinken gefokt.

Kees en Gonda hebben diverse functies in het bestuur van hun vereniging in Sprang-Capelle bekleed en Gonda zit sinds begin tachtiger jaren in het bestuur van de Speciaalclub Exoten, hybriden en parkieten.

 

Elk z’n eigen vogels

Ieder heeft z’n eigen vogels. Kees de Timorduifjes, vredes- en diamantduifjes, kopernekduiven en parelhalstortels; zebravinken in de kleuren zwartwang grijs en zwartwang masker grijs.

Gonda fokt bruine zebravinken, bandvinken, rijstvogels, lachduiven, holenduiven en Australische kuifduiven. Dochter Dani zebravinken in masker grijs en zwartwang bleekrug.

Met die zebravinken is Kees ooit begonnen via contacten die ze hadden met liefhebbers van de Belgische Zebravinkenclub die destijds in Nederland zebravinkenshows organiseerden.

 

Alle soorten en kleuren

In huize Colijn zijn allerlei soorten vogels te bewonderen. Europese vogels zoals de keep, vink, groenling, huismus, ringmus, zanglijster, merel en patrijs. Duiven: holenduif, parelhalstortel, timorduif, vredesduif, tamboerijnduif, kopernekduif, Australische kuifduif,

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

oorvlekduif, diverse kleuren lachduiven. Tropische

vogels: rijstvogel, oranjekaakje, bandvink, saffraanvink. Diverse kleurslagen zebravinken.

Huisvesting

Momenteel worden de vogels gehuisvest in twee grote, niet verwarmde volières. Behalve de volières beschikt men over een verwarmd stenen verblijf waar de tropische vogels gefokt worden. Hiervoor staan in totaal 43 broedkooien ter beschikking. De grootste volière is 6.00 x 4.80 meter; deze volière is niet voorzien van bomen of struikgewas. Er vliegen in totaal zo’n 80 tot 90 vogels in, waaronder diverse soorten duiven, Europese vogels en winterharde exoten. Elke vogelsoort heeft z’n eigen hoekje en gevochten wordt er nauwelijks. En dat terwijl er toch zo’n tien verschillende soorten duiven in gehuisvest zijn!

De tweede volière meet 3.80 bij 4.00 meter. In deze volière kunnen geen twee soorten duiven gehouden worden zonder dat er oorlog ontstaat. Mogelijk komt dit omdat deze volière beschikt over een nachthok, waardoor het vormen en vasthouden van territoria voor de vogels veel moeilijker is. 

Het ligt in de bedoeling om de twee grote volières te gaan verbouwen tot 10 à 11 stuks van één meter breedte bij twee meter diep. In elke volière kan dan één soort duiven gehuisvest worden met daarnaast een of meerdere andere soorten.  

 

Landelijk gebied

Bij de verbouw moet ook rekening gehouden worden met de landelijke ligging van hun huis aan de rand van de polder en het dorpje Sprang-Capelle. Zo’n 150 meter van hun huis ligt de molen waar een bunzing zijn nest heeft. En die is ooit op bezoek geweest! Ook is er vaker een sperwer op de volière gesignaleer en die heeft ooit een aantal gaten in de bovenkant van de buitenvolière gemaakt. Hier kwam Kees pas vrij laat achter. Door het dak verdwenen immers alleen maar de ringmussen; alle andere vogels zoals de keep, vink, saffraanvink en de verschillende soortden duiven taalden nergens naar. De ringmus daarentegenhangt vaak tegen het gaas boven de volière en vindt op die manier onherroepelijk vroeg of laat een eventueel gaat in het gaas. Op die manier ging een groot aantal ringmussen de vrije natuur in. Geringd en wel.

 

Kweek

Veel van de door Kees en Gonda gehouden soorten zijn vogels die voor de opfok van hun jongen veel dierlijk voedsel nodig hebben. Vandaar dat in het broedseizoen het levend voer niet aan te slepen is…

Wekelijks 2.5 kg meelwormen en één liter pinkies. Elke vijf kwartier wordt levend voer verstrekt. Dit om te voorkomen dat bepaalde soorten te veel dierlijk voedsel opnemen en andere soorten te weinig.

Bovendien moet je proberen rekening te houden met het eetgedrag van de verschillende vogelsoorten.

De huismus eet bijvoorbeeld heel voorzichtig: hij neemt een meelworm uit de voerbak, gaat hiermee naar het nest, voert de jongen en komt er vervolgens weer eentje halen bij de voertafel. Wil hij dan nog een derde of vierde keer terugkomen, dan is alle spul reeds opgevreten door andere vogels: er zitten immers zo’n 80 eters in de volière!

Heel anders is het met de zanglijster. Men beweert dat men een jonge lijsters niet groot zou krijgen zonder wormen en dat ze meelwormen niet af kunnen. Volgens Kees is het hier helemaal niet eens. Volgens hem wordt het probleem veroorzaakt door het eetgedrag van lijsters. Zij voeren eerst de jongen goed vol  met meelwormen en de rest van de wormen eten ze voor zichzelf. Daardoor worden de vogels te fel, krijgen weer broeddrang en laten het nest vervolgens verloren gaan om weer met een nieuw legsel te gaan beginnen. Voer je daarentegen “beperkt” dan kunnen de lijsters niet te veel vreten omdat de meelwormen enkel voor de jongen bestemd zijn en kunnen ze ook met meelwormen heel goed hun jongen grootbrengen. 

 

Uitval onder de staalvlekduifjes

Het is belangrijk dat je je vogels goed leert kennen.

Zo gingen de jonge staalvlekduifjes telkens dood zodra de pop weer ging leggen. In de natuur blijken jonge staalvlekduifjes al na zo’n tien dagen het nest te verlaten! De duivin begint dan opnieuw te leggen en op het moment dat het eerste ei gelegd is, stopt zij met voeren. In de natuur is dat geen probleem omdat de jonge duiven tegen die tijd al uitgevlogen zijn. Maar in avicultuur duurt de opfokpriode blijkbaar te lang en zijn de jongen na tien dagen nog niet zo ver dat ze het nest kunnen verlaten. Bovendien bedelen jonge staalvlekduifjes niet om voedsel, waardoor de duivin niet geprikkeld wordt om de jonge duiven alsnog bij te biljven voeren. De uitdaging zit er voor Kees Colijn nu in om te proberen deze opfokperiode in te korten door anders te gaan voeren. Wanneer de vogels straks

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

over meer volières verdeeld zullen worden is het misschien mogelijk om meer gestuurd te voeren richting de vogels die in een bepaalde volière gehuisvest zijn.

 

Veel nestmaterialen verschaffen

Tijdens het broedseizoen moeten zeer grote hoeveelheden nestmateriaal in de volières ter beschikking gesteld worden. Zijn bijvoorbeeld de huismussen een nest aan bouwen en is er te weinig nestmateriaal, dan hebben ze binnen een uur het nest van een andere

vogel finaal afgebroken en gebruikt voor hun eigen nest. Dat is enkel te voorkomen door ervoor te zorgen dat er altijd veel nestmaterialen voorhanden zijn.

 

Oorkonde eerste kweek

Zoals in de aanhef aangegeven heeft de familie Colijn inmiddels 16 oorkondes in haar bezit. Hierbij valt het op dat Kees en Gonda zich niet in een bepaalde vogelfamilie hebben gespecialiseerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Europese vogels: keep, holenduif, ringmus,

Exoten; weidegors, geelbuikmus, passer rutilans, Pelzner saffraanvink, Geelkeel rotsmus en de Timor rijstvogel.

Duiven: holenduif, carolinaduif, rode Birmatortel, Senegalduif, staalvlekduif, tamboerijnduif.

Kees probeert telkens een nieuwe uitdaging aan te gaan. Op zijn verlanglijstje staat bijvoorbeeld de houtduif. Van laatstgenoemde heeft hij ooit jongen gehad, maar deze stierven na ongeveer 9-10 maanden. Volgens een ervaren Belgisch liefhebber moet een jonge houtduif minstens bijgevoerd worden tot ze een jaar oud is. De houtduif is namelijk van nature voornamelijk een planteneter en, volgens de Belgische kenner, pas op een leeftijd van een jaar in staat om goed zaden te kunnen verteren. De houtduif houden we dus tegoed!

Over andere uitdagingen is nog niet nagedacht: “Je ziet wat en je neemt ‘t mee”.

 

Duiven

Duiven nemen een speciale plaats in bij de familie Colijn. Behalve verschillende tropische duiven hebben ze ook diverse kleuren lachduiven gefokt; met name kwaliteitsvogels in de kleuren isabel en perzikkop. Een nadeel van lachduiven is dat er weinig of geen vraag naar deze vogels is, zodat je als kweker vast loopt met je fokkerij. Bovendien is er niet al te veel concurrentie, waardoor de animo telkens wat meer afneemt. Op de jaarlijkse Bondskampioen te Zutphen mogen we echter elk jaar wel meerdere soorten uit Sprang-Capelle afkomstige duiven bewonderen.

 

Wedstrijdgebeuren

Het seizoen begint met de Speciaalclubwedstrijd; vervolgens de kringtentoonstelling “de Langstraat” waaraan behalve door de eigen vereniging van Sprang-Capelle wordt deelgenomen door nog acht verenigingen uit de regio. Vervolgens de onderlinge wedstrijd waar vader, moeder en dochter Colijn in totaal 94 vogels ingeschreven hadden afgelopen jaar. Dan de Gewestelijke show van Gewest V en de Bondskampioen te Zutphen. Tenslotte, als toetje, de COM-show waar ze sinds een zestal jaren vaste deelnemers zijn. De eerste keer, in Italië, werd Kees wereldkampioen met een eigen kweek staalvlekduifje.

Vorig jaar heeft Gonda zilver en brons gewonnen op de COM-show met haar holenduiven.

Dit jaar gaat de familie op stap naar Portugal met een stam en enkeling ringmussen, een enkeling huismus, een stam holenduiven en een stam en enkeling zwartwang bleekrug zebravink. In totaal dus 16 vogels op weg naar het warme zuiden.

Er liggen dit jaar dus weer verschillende ijzers in het vuur.

Na het schrijven van dit artikel is de COM-show  inmiddels “geschiedenis”. Gonda Colijn heeft op de wereldshow  te Portugal een zilveren en een bronzen medaille behaald met haar holenduiven (Red.)

 

Bekende figuren

Binnen de A.N.B.v.V. zijn Gonda en Kees behalve door zijn vogels een bekende figuren omdat zij in de loop der jaren allerlei activiteiten hebben verricht binnen de Bond. Gonda is, zoals reeds aangegeven, sinds begin tachtiger jaren lid van het bestuur van de Speciaalclub Exoten, hybriden en parkieten.

Vervolgens kwam Kees in Zutphen terecht omdat hij Gonda ging helpen met haar werkzaamheden voor de Speciaalclub. Hij werd aldaar gevraagd om mee te helpen met aandragen van vogels tjdens de keuring.

Al jaren komt een auto vol vrijwilligers uit Sprang-Capelle naar de Bondskampioen om te helpen met opbouwen en afbouwen van de show aldaar.

 

Drukke drukker

Als hobby houdt Dany zich bezig met drukwerk. Hij verzorgt al sinds vele jaren het drukwerk voor de Speciaalclub en voor de Bond. Zo wordt het Speciaalclub-blad op zijn drukpersje gemaakt en voor de Bond de standaardeisen, de keurbloks en het jaarlijkse infoblad. Een hobby waar hij zelf veel plezier in heeft en Speciaalclub en Bond veel plezier van. En dat willen we met z’n allen nog lang houden!

 

                                   Henk Branje