IN DE KEUKEN VAN
..........GERRIT FRANK TE KAMPERVEEN
In de IJsseldelta,
vlak bij de Overijsselse stad Kampen ligt Kamperveen. Een gehucht, gelegen aan
de dijk langs de IJssel. Hier woont, in een schitterend gelegen woonboerderij
met ruim uitzicht op de IJsseldelta, Gerrit Frank. Gerrit is binnen de Algemene
Nederlandse Bond van Vogelhouders een bekende verschijning. In de eerste plaats
als waterslagerliefhebber, in de tweede plaats als schrijver van allerlei
artikelen in Vogelvreugd.
Begin 2002 werd Gerrit
nog gehuldigd vanwege zijn 50-jarig lidmaatschap van de A.N.B.v.V. Al die jaren
heeft hij waterslagers gefokt en is hij lid geweest van de Kamper
vogelvereniging "Vogelweelde", waarvan veertig jaar in een
bestuursfunctie.
Van jongsaf is Gerrit
Frank besmet geweest met het vogelvirus. Grootvader van moederszijde fokte
harzers en was in 1923 een der oprichters van de Kamper vogelvereniging. Vader
Frank heeft ook harzers gefokt. Het is dan ook niet vreemd dat Frank in de
vogelsport terechtgekomen is.
In de oorlog zat
Gerrit Frank op de HBS te Kampen. Daar kreeg hij in de tweede klas biologieles
van dr. C.G.B. ten Kate. Ten Kate was destijds een zeer gerespecteerd
ornitholoog en hij is de medeschrijver van de boekenreeks "De Nederlandse
vogels", destijds hét standaardwerk op het gebied van de inheemse vogels.
In de tweede klas werd veel aandacht besteed aan, je raadt het al, de
Nederlandse vogels. Je kon een prijs winnen wanneer je 100 soorten kende op een
repetitie. Gerrit Frank was de zo'n leerling die alle honderd vogels herkende.
Toen Frank in '50 het
leger verliet kwam hij via een oom in aanraking met kleurkanaries:
roodisabellen, roodbronzen en roodagaten. Als eerste vogels werden enkele
roodfactorige kleurkanaries gekocht en enkele waterslagers. In 1951 werd met
waterslagers begonnen welke sindsdien huize Frank nooit meer verlaten hebben.
Momenteel wordt
gefokt met zestien popjes. Meestal paarbroed, maar ook wisselbroed. Per jaar
worden 70-80 jonge vogels gefokt. Voldoende voor een mooi wedstrijdseizoen. De
waterslagers zijn gehuisvest is een verbouwd schuurtje waar de vogels een
schitterend uitzicht hebben op de polder.
Elk jaar wordt
deelgenomen aan de Onderlinge vogelshow, de Gewestshow van Gewest I en de
Speciaalclubwedstrijd te Rijssen. Vaak gaat hij hier naar toe met collegafokker
Harrie Schreijen. Deze speelt elk jaar nog mee aan de waterslagertop op de
Bondskampioen. "We proberen elk om elkaar weer af te troeven, maar als we
elkaar kunnen helpen met vogels, dan doen we dat. Met gesloten beurs.
Liefhebbers dus.
Onderwijs.
Zijn werkzame leven startte
te Urk waar Gerrit Frank als onderwijzer begon op een basisschool. Van 1964 tot
1988 was hij directeur van een scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs te
Kampen die zo'n vijfhonderd leerlingen telde. In die school zat ook ooit een
dependance van het Oecologisch Instituut ( momenteel in Heteren gevestigd).
Hier werd allerlei onderzoek gedaan naar allerlei dierkundige onderwerpen,
waaronder vogels. Oecologie bestudeert de invloed van de omgeving op een
organisme en omgekeerd. Dierkunde, en
met name vogelkunde genoot de bijzondere interesse van Gerrit Frank. En dat
vlakbij in zijn eigen school…. "Je
rolt er in, je steekt er heel veel op, je gaat met de mensen op
stap". Zo kom je van het een in
het ander. Frank heeft zich door studies en cursussen verder bekwaamd in biologie,
ecologie en ornithologie, de leer van de vogels. En met name in de
passerinessoorten van bos en moeras.
In de eerste plaats
om veel vogelkennis op te doen. In de tweede plaats als waterslagerliefhebber
om zoveel mogelijk over de vogelzang te weten te komen en over de inwendige
bouw van het zangorgaan.
In de derde plaats
omdat hij erg veel interesse had in de zanger bij uitstek, de nachtegaal
(Luscinia luscinia). Luscinia betekent "eenoog". Een naam die het
vogeltje gekregen heeft omdat hij de toeschouwer met één oog scherp in de gaten
hield.
Zijn brede interesse
in Europese vogels valt ook af te leiden uit het werkkamertje: een grote wand
met meer dan duizend boeken over vogels. Populaire vogelboeken, maar ook
standaardwerken voor ornithologen.
Op school had hij een
verzameling van meer dan driehonderd geprepareerde Nederlandse vogels,
waaronder veel watervogels. Deze collectie ging echter verloren toen de school
waar de collectie was ondergebracht, totaal door brand verwoest werd in het
jaar 1972.
Vogels vangen
Al vanaf zijn HBS
periode tijdens de oorlogsjaren is Gerrit een door de Overheid erkend
vogelvanger. Dat betekent dat hij, met toestemming van de overheid, allerlei
vogels vangt en ringt en allerlei zaken registreert. In de beginjaren onder
supervisie van Ten Kate. Het vangen en ringen van vogels valt onder het
Vogeltrekstation Arnhem.
Om ringer te worden
moest je zo'n 50 vogels herkennen en kunnen benoemen. En dat waren niet de
gemakkelijkste.
Waarom vogels vangen en ringen?
Het ringen van de
vogels dient om een aantal zaken te onderzoeken:
-
welke trekroute
volgen trekvogels op hun weg van en naar de
overwinterings/overzomeringsplaatsen?
-
Hoe snel verplaatsen
de diverse trekvogelsoorten zich per dag?
-
Hoe oud worden onze
vogels?
-
Hoe groot is de
gebiedstrouw van de vogels?
-
In welke perioden
vindt de trek plaats; wanneer bevinden zich de vogels bijvoorbeeld in
Zuid-Europa, in Noord of zelfs Zuid Afrika?
-
Hoe trouw keert een
vogel terug.
De vogels worden
gewogen en gemeten. Er wordt vastgesteld of het een mannetje dan wel een popje
betreft. Dit gebeurt vaak aan de hand van de vleugelmaat; zo betekent een lengte
van de achtste grote slagpen (P8) van meer dan 76 mm dat een roodborst perse een
mannetje is, terwijl een vleugellengte korter dan 67 mm een zekere pop is.
Daartussen is het een twijfelgeval.
Bij de staartmees is
de lengte van de lange staartpennen een indicatie voor het geslacht.
De leeftijd wordt
geschat (onder andere aan de kleur en ontwikkeling van de vleugels). Verder
worden gemeten de vleugelmaat, P8 (lengte van de achtste grote slagpen), er
wordt gecontroleerd op de eventuele aanwezigheid van parasieten. De lengte van
het loopbeen wordt vastgesteld. Het gewicht wordt vastgesteld op tienden van grammen.
Zo weegt een
goudhaantje slechts vier tot vijf gram. De kleine karekiet 13-18 gram. Een
merel 96 tot 120 gram. Een hele vette zelfs 140 tot 150 gram!
Met de gegevens kan
allerlei onderzoek worden gedaan en kunnen allerlei interessante zaken worden
vastgesteld.
De roodborst die wij
bijvoorbeeld 's winters in onze tuinen kunnen waarnemen zijn doorgaans
Russische vogels. De roodborst die we in de zomer in de tuin kunnen aantreffen,
overwintert in Zuid Engeland!
Terugmeldingen van
vogels leveren heel interessante resultaten op. Zo werd een grutto die rond
Kamperveen was gevangen en geringd, teruggemeld uit het Afrikaanse Senegal.
Een Kleine Karekiet,
in natuurreservaat Kamperhoek gevangen, werd teruggemeld uit het Afrikaanse Mali.
'n Half uur voor
zonsopgang worden de Japanse mistnetten gespannen over een lengte van zo'n 100
meter. Er wordt telkens met vaste opstellingen gevangen. In de periode van
medio april tot begin augustus wordt zo
de broedpopulatie geïnventariseerd. In die periode worden dan zo'n 1200 tot
1300 vogels gevangen en geïnventariseerd. Het levert enorm veel informatie op
over de leefwijze van de inheemse vogels in een bepaald broedgebied.
Heb je dan op een
bepaald moment een nachtegaal gevangen die volgens de ring zes of zeven jaar
oud is, dan bekijk je zo'n teer vogeltje en realiseer je je dat het diertje in
zijn leventje al zo'n tien tot veertien keer over de Sahara heeft gevlogen. Heen en terug elke keer 1400
kg o z'n smalst!!!
De prestaties van
Gerrit zijn echter ook indrukwekkend te noemen: in zijn vangersloopbaan heeft
hij namelijk meer dan 100.000 vogels door zijn handen laten gaan. Variërend van
de kleinste Cetti zanger tot de grootste, de zwaan.
ANBvV
Binnen onze Bond
heeft Gerrit Frank in al die jaren al heel wat functies bekleed. Bijvoorbeeld
in Gewest 1 en als zodanig naar het Bondsbestuur (periode Bos en Bakermans).
Ofschoon hij ooit de opleiding (lichting Nagel) tot waterslagerkeurmeester
heeft gevolgd (bij keurmeesters Konkelaar en Jochemse) heeft hij nooit een
examen afgelegd. Als protestants christelijke gold de zondag als rustdag. Het keurmeestersexamen
moest echter op zondag worden afgelegd. De zaterdag was geen optie. Enige
soepelheid was in die jaren nog onbekend binnen onze organisatie. Vandaar dat
de principiële Frank afhaakte (en nooit meer "aanhaakte").
In die beginjaren
vijftig had de opleiding ooit iets romantisch. Zo was leermeester Frits
Konkelaar werkzaam bij het spoor (zoals veel vogelliefhebbers!). Dan werd er s'
avonds op de deur geklopt en verscheen de leermeester bij Frank op de stoep en
werden de waterslagers afgeluisterd door de aspirant en door Konkelaar.
Schrijven
De brede
belangstelling van Gerrit Frank voor vogels is ook binnen onze organisatie niet
onopgemerkt gebleven. In de loop van zo'n vijftig jaar heeft hij vele artikelen
geschreven over vogels. Artikelen over waterslagers, over Europese vogels, over
de fysiologie van onze vogel. Maar ook stukjes over tropische vogels. Artikelen
over niet de gemakkelijkste onderwerpen worden op een dusdanige manier
geschreven dat ze voor een leek op ornithologisch gebied goed te lezen zijn.
Zijn auteurscarrière
begon bij hoofdredacteur Hoogstrate, die later opgevolgd werd door Paul Kwast.
Vervolgens "onder" hoofdredacteur Harrie van der Linden en momenteel
in samenwerking met ondergetekende.
Brede belangstelling.
Als vogelliefhebber
beperkte Frank zich niet alleen tot waterslagers. Vele jaren heeft hij exoten
gefokt. Dan werden in oktober de exoten in de broedkooien geplaatst die
vervolgens in februari plaats maakten voor de waterslagers. Er worden allerlei
soorten Australische prachtvinken gefokt: spitsstaartamadines,
gordelgrasvinken, binsenastrilden en rijstvogels. Maar ook valkparkieten en
roodrugparkieten.
Al die jaren heeft
hij ook sierduiven gehouden: onder andere Weense middelsnavelige en Portugese
tuimelaars en lachduiven. En Hollandse krielkippen. Een brede interesse op siervogelgebied
dus.
Ook de heemkunde
genoot de belangstelling van Gerrit Frank: de streek van de IIsseldelta; de
taal in de streek rond Kampen. Daarnaast wordt hij ook nog vaak gevraagd voor het
vertellen of voorlezen van verhalen voor groepen geïnteresseerden. Of voor een
lezing over de bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vele malen nam Gerrit zitting
in actiegroepen, bijvoorbeeld de actiegroep tegen een energiecentrale op het
Kampereiland begin 70per jaren (met succes afgesloten). De Stichting promotie
Kamper ui-dagen.
Ziedaar, het portret
van een kleurrijk vogelliefhebber in de breedste zin van het woord.
Henk
Branje