IN DE KEUKEN VAN ….. JAN JANSEN UIT VENLO

 

Als zoveel vogelliefhebbers zat het er bij Jan Jansen al vroeg in. Vanaf zijn prille jeugd speelden vogels een belangrijke rol. Hij had zich met name toegelegd op het fokken van kleurkanaries en Europese vogels. Zo'n twintig jaar vormden deze de hoofdmoot van de fokkerij. Naast de kleurkanaries en Europese vogels werden ook rijstvogels gefokt en mozambiquesijsjes.

In 1980 werd vanwege drukke werkzaamheden (eigen zaak) en de het tijdsbeslag dat de opgroeiende jeugd oplegde, gestopt met kleurkanaries en Europese vogels. De goudagaten en citroengele kanaries alsmede alle Europese vogels werden in één keer verkocht aan een liefhebber uit de vereniging.

Meteen daarna werd begonnen met collies (Ag.roseicollis) en forpus dwergpapegaaitjes (coelestis/grijsrug). Er werd meteen fors geïnvesteerd in mutanten als de creme-ino (1500 gulden per stuk…). Nadeel van de agapornis roseicollis vond Jan Jansen dat ze nogal wat kabaal maken. Bovendien bleek dat er nauwelijks broedresultaten te behalen zijn met forpus dwergpapegaaitjes, cana's en tarantas wanneer deze in hetzelfde verblijf worden gehuisvest als collies. Een ervaring die ook door andere parkietenliefhebbers wordt beaamd.

Na zo’n vijf jaar werden de collies van de hand gedaan en legde Jan Jansen zich toe op het houden van diverse brotogerissoorten als de kanarievleugelparkiet, tui, kobaltvleugel, geelgestreepte kanarievleugel, goudvleugel en vuurvleugel. Moeilijke vogels die lang niet elk jaar tot broeden overgaan. Maar daarom ook een uitdaging.

Het zijn forse vogels en bijzonder geschikt voor de tentoonstelling. Echt rustige conditievogels!

Van de vuurvleugelparkieten werd in 1995 de eerste kweek binnen de A.N.B.v.V. behaald. Jammer genoeg waren de vogels in zijn vakantie door een bevriende vogelliefhebbers van een iets te ruime maat ring voorzien (5 i.p.v. 4.5 mm).

Ook de neophemasoorten als de elegantparkiet, de splendid en de blauwvleugel wisten Jan te bekoren. Zo heeft hij vanaf het begin elegantparkieten op het hok.

 

Dat met moeilijk te houden papegaaiachtigen ook broedresultaten behaald kunnen worden bewijst Jan Jansen ieder jaar weer. Zo heeft hij inmiddels Oorkondes voor een Eerste Kweek voor de bruinkoppapegaai, de vuurvleugelparkiet, de tiricaparkiet en de Pyrrura rupicola.

Op het moment van schrijven liggen er weer jongen bij de vuurvleugelparkieten. Hier heeft Jan wél vijf jaar op moeten wachten. Ook de Tiricaparkieten doen het vrij goed.

Illustratief voor wisselende broedresultaten zijn bijvoorbeeld de forpus xanthops: het tweede jaar werden 25 jongen grootgebracht, het derde jaar (met elf koppels) slechts één jonge en in het vierde jaar kwam er niet één jong op stok.

Ook de toviparkiet en de tiricaparkiet slaat vaak een jaartje over met broeden. De kobaltvleugel is nog moeilijker aan de gang te krijgen. “Ik houd van moeilijk”, aldus Jansen.

Omdat hij inmiddels in de V.U.T. is gegaan krijgen de vogels nog meer aandacht. In principe worden in de voormiddag de vogels verzorgd zodat de middag besteed kan worden aan vrouw, kinderen en kleinkinderen.

 

Huisvesting

Achter het huis is nog precies een strook van vier meter bij 20 cm waar Venlose grond te zien is. De rest is betegeld of volgebouwd met volières en het kweekhok. Weinig werk in de tuin dus. In het kweekverblijf staan 66 forse broedkooien opgesteld (meest Van Keulen). Hier worden gefokt: agapornis cana, taranta, nigrigenis en lilianae, splendidparkiet, tirica, vuurvleugel, diverse kleurslagen catharinaparkieten en verschillende soorten forpus papegaaitjes: conspicillatus, coelestis.

Aan het kweekhok vastgebouwd is een soort serre. Wanneer het te koud wordt kan hier met behulp van een gaskacheltje worden bijverwarmd. Hierin bevinden zich zestien volières waarin met name de zeven fokparen blauwvleugelparkieten, de elegantparkieten, diamantduifjes en turquoisineparkieten.

Buiten staan nog enkele grotere vluchten. In deze vluchten zitten de swiftparkieten, de bruinkop poicephalussen en een broedkolonie van negen koppels fischeries. Deze laatsten kunnen in principe het hele jaar door broeden. Het geeft geen problemen met bevroren teentjes of iets dergelijks. De bovenste helft van de volière is afgeschermd met kunststof platen. De vogels kunnen zich altijd terugtrekken in een van de broedblokken. Ook wanneer er jonge vogels in de nesten zitten geeft dit geen problemen. De forse blokken worden namelijk helemaal dichtgebouwd met wilgenhout. Een betere isolatie is dan haast niet mogelijk.

Dat wilgenhout wordt in grote hoeveelheden tegelijk verzameld (in overleg met groenvoorziening) en staat achter het huis klaar voor gebruik. Jan helpt de vogels door zelf de blokken van de vogels voor een groot gedeelte met snippers te vullen. De afwerking geschiedt verder door de bewoners zelf.

 

Koloniebroed

Naast de fischeries wordt ook de agapornis nigrigenis in koloniebroed gehouden. Jan is zo’n tien jaar bezig met laatstegenoemde soort. Pas de laatste jaren, sinds hij is overgeschakeld op koloniebroed, lukt het veel beter. De vogels zoeken hun eigen partner uit en leven verder in pais en vree in een grote vlucht van 300 x 100 x 200 cm.

De blokken worden door Jan volgestopt met schillen van wilgentakken. Dat werkt heel goed, zowel bij de fischeries alsook bij de personata en nigrigenis.

Het aanstaande broedseizoen worden ook de swiftparkieten in een kolonie gehouden van vijf koppels.

 

Wedstrijdgebeuren

Elk jaar wordt een behoorlijk aantal vogels gefokt. In principe voldoende om een behoorlijke stelling vogels te showen. Al met al vindt Jan het gesleep met kooien nogal bewerkelijk. Derhalve selecteert hij slechts een gedeelte van de potentiele TT-kandidaten uit om deze daadwerkelijk te spelen.

Het afgelopen seizoen heeft hij op de Gewestelijke show te Linne prijzen behaald met de swiftparkieten, de agapornis nigrigenis. Op de Bondskampioen te Zutphen met de agapornis nigrigenis,de Tirika  parkiet en de swiftparkiet,

Om de vogels wat meer body te geven worden extra zonnepitten en kardizaad verstrekt. Ook helpt het wel om gedroogd oud brood te voeren.

Sproeien met serinol geeft de vogels wat meer glans.

 

Voeding

Per maand worden vijf volle zakken voer verorberd. In principe een valkparkietenmengeling die wordt aangevuld met kardi of zonnebloempitten. Met name wanneer de vogels meer body moeten hebben wordt er extra kardi en zonnepit gevoerd.

Het eivoer bestaat uit het Belgische merk Orlux (parkieten droog). Dit wordt gemengd met een bepaald percentage Sukses (kracht- en opfokkkorrel). Aan dit droge mengsel wordt vocht toegevoegd zodat een mooi rul voertje ontstaat (met name het Sukses voer houdt veel vocht vast). De vogels eten het mengsel goed.

De swiftparkieten vormen een hoofdstuk apart. Deze prachtig gekleurde parkieten vormen als het ware een tussenfase tussen de zaad etende parkieten en de vruchten etende lori's. Wil je swiftparkieten fokken, dan moet je deze vogels in conditie brengen met loripap. Daarnaast wel zaad blijven voeren en de loripap niet overdrijven. Deze parkieten lusten ook heel graag gedroogd oud brood. Datzelfde geldt echter ook voor de agaporniden en andere soorten. Een soort versnapering dus.

Loripap wordt trouwens ook heel graag gegeten door de poicephalus papegaaien (zoals bont boertje, Meyer papegaai, bruinkoppapegaai) en de brotogeris soorten.

 

Jan Jansen uit Venlo is op de Limburgse tentoonstellingen een bekende verschijning. Vooral wanneer hij z'n visserhoedje op heeft gezet. Niet alleen bekend om zijn persoonlijkheid, maar ook om zijn parkieten. Een beetje apart, beiden….