Op zijn zeventiende al vogelliefhebber, begonnen met kneutjes. Later is Paul Kwast altijd de harzerkanarie trouw gebleven. Toch heeft hij ook kleurkanaries gefokt met de bedoeling een stam zangkleur op te bouwen. Destijds met agaten. Keurmeester Maarten Weijling geloofde destijds heilig in zangkleur en gaf dat ook aan in zijn standaardwerk over de kweek van zangkanaries. Helaas is dit in de praktijk nooit echt van de grond gekomen, behalve met witte zangers.
Ooit Als geboren Harlinger is de Fries Paul Kwast een groot gedeelte van zijn werkbaar leven brandweerman geweest op vlieghaven Schiphol. Na zijn pensionering, op 56 jarige leeftijd trok hij met vrouw Giny terug naar zijn Friese roots.
In het
schilderachtige dorp Balk is hij toen neergestreken en heeft zich toen weer
verder toe kunnen leggen op zijn twee hobbies: schilderen en harzerkanaries
kweken. Al in 1937 hield Paul Kwast zangkanaries. In de oorlogsjaren had hij
weliswaar zelf geen vogels meer, maar verzorgde hij de harzers van een vriend:
bij gebrek aan zaden werden de vogels tijdens de oorlogsjaren in leven gehouden
met weiting.
Toen hij te Amsterdam
woonde werden de harzers op zolder gehuisvest terwijl in de huiskamer gefokt
werd in een mooi 16-delig blok broedkooien; onder de broedkooien bevond zich,
iets naar voren uitstekend, de babyvlucht. Het zaad uit de broedkooien viel dan
netjes naar beneden in het vluchtje. In een krantenartikel uit die tijd
staat Paul met eega, twee jonge
kinderen en de hele batterij harzerkanaries in de woonkamer.
In het Friese Balk
beschikt hij over een broedafdeling in de garage waaraan aangesloten een mooie
kleine buitenvolière waar de vogels beschikken over ruimte, licht en lucht.
De afgelopen jaren
wordt er met acht poppen gefokt. In totaal worden er zo’n veertig jongen op
stok gebracht. In de regio worden helaas slechts door weinig liefhebbers
zangkanaries gehouden en gefokt. Dat betekent dat het wedstrijdgebeuren niet al
te veel voorstelt. Op de onderlinge van de vereniging in Balk worden door drie
liefhebbers harzers ingezonden. Deze vereniging bestaat inmiddels tien jaar,
waarvan Paul tot ‘ jaar geleden voorzitter was. De vereniging telt 36 leden.
Helaas slechts enkele liefhebbers die de gefokte vogels verder spelen dan enkel
de onderlinge show te Balk. De onderlinge show wordt samen met de vereniging
uit Koudum gehouden. Om het jaar wordt de wedstrijd door de Balkse vereniging
georganiseerd. Vermeldenswaard is dat deze jonge vereniging in haar korte
bestaan inmiddels twee keer de gewestelijke show van Gewest 1 heeft
georganiseerd.
De laatste jaren
worden er niet zoveel harzers meer gefokt. De kwaliteit is echter beter dan
ooit.
Kwaliteit
Op mijn vraag hoe het
komt dat de kwaliteit nog steeds verbetert terwijl het aantal harzerliefhebbers
afneemt antwoordt Paul dat het lied met name verbeterd is omdat de vogels
minder fouten laten horen. Het lied is dus in principe veel vloeiender
geworden.
Bij de harzerkanarie
wordt het lied, door de kenner, onderverdeeld in een aantal toeren. Voor de
leek zijn deze bijzonder moeilijk te onderscheiden. Krijg je uitleg tijdens de
zang dan kun je wel de verschillen in de diverse toeren opmerken.
De volgende toeren
worden onderscheiden:
-
holrol
-
knor
-
waterrol
-
schokkel
-
kloek
-
holklingel
-
fluit
-
klingel
-
klingelrol.
De waterrol en de
schokkel laat de hedendaagse harzer nog slechts sporadisch horen. De jongere
generatie keurmeesters heeft deze toeren waarschijnlijk nog nooit gehoord. De
waterrol is door de liefhebbers bewust “weggeselecteerd”. Het probleem van deze
toer was dat deze zich vaak vermengde met andere toeren waardoor deze minder
zuiver waren. De “koller”, een toer die
zo’n honderd jaar geleden nog volop te horen was is inmiddels helemaal uit het
repertoire verdwenen. Mogelijk zijn gedeelten van deze toer in een ander stuk
van het harzerlied opgenomen.
Inmiddels is de
fokkerij reeds dermate gespecialiseerd dat harzerliefhebbers inmiddels stammen
harzers hebben die kloektoeren laten horen dan wel kloekvrij zijn. Dat betekent
dat het lied weliswaar minder variatie kent, maar daar tegenover weer zuiverder
kan zijn. Probleem blijft echter dat sommige keurmeesters/liefhebbers kloeken
horen terwijl die volgens de fokker helemaal niet in het lied van zijn vogels
zit. Volop stof voor discussies dus.
Als liefhebber kun je
niet lukraak doorgaan met het blijven doorgaan met familieteelt. Af en toe moet
je nieuw bloed zoeken. Dat moet dan wel, qua zang, passen bij je eigen stam
vogels. Als keurmeester heb je het voordeel dat je eventuele passende vogels herkent
wanneer je ze hoort zingen. Je kunt dan beter nieuwe vogels inpassen in je
eigen stam.
De huidige harzer
zingt minder foute toeren. Vroeger was er bijvoorbeeld veel slecht kloekenwerk.
Door selectie is dat inmiddels weggefokt.
Keurmeester
In 1963 slaagde Paul
Kwast voor de opleiding tot harzerkeurmeester. Zijn bestuurlijke kwaliteiten
werden binnen de Keurmeestersvereniging blijkbaar al vroeg opgemerkt want in
1964 trad hij al toe tot het Bestuur en werd meteen voorzitter van de
Keurmeestersvereniging. Een functie die Paul vierentwintig jaar bekleedde. In
totaal heeft hij zo’n drieëndertig jaar zangkanaries gekeurd. Toen is hij om
gezondheidsredenen met keuren gestopt.
Schrijver
Toen Paul met
pensioen ging begon hij aan het schrijven van een boek over harzerkanaries dat
in 1976 is uitgegeven. De afgelopen jaren is de tekst van dit boek grondig
herschreven. Sinds juli wordt deze “herdruk” van het harzerboek in gedeelten
gepubliceerd in Vogelvreugd. Daarnaast heeft hij destijds enkele boekjes
geschreven over lijsters, over astrilden en over amadines. Het bekende
prachtvinkenboek van Robiller heeft hij vertaald uit het Duits. Die vlotte pen
kon hij jarenlang goed gebruiken. Vanaf 1960 tot maart 1992 was Paul Kwast
namelijk hoofdredacteur van het Bondsorgaan van de A.N.B.v.V, Vogelvreugd.
Toen hield hij het
voor gezien na een zakelijk conflict met ondergetekende, destijds
penningmeester van de Bond.
In het voorwoord gaf
Paul vaak uiting van zijn liefde voor de natuur, in het bijzonder die van het
waterrijke Friesland.
De C.O.M.
In de tijd dat Paul
nog op Schiphol werkte werd hij door de Bond benoemd tot convoyeur voor de
COM-show. De convoyeur verzorgt de inname, het transport en het uitkooien van
de vogels die voor een COM-show worden ingeschreven. Tijdens de show zijn de
convoyeurs verantwoordelijk voor de verzorging en de voeding van de vogels van
de organisatie door wie zij worden uitgezonden.
Als personeelslid van
Schiphol kreeg hij destijds korting op vliegreizen. En dat hadden ze bij de
Bond blijkbaar al snel in de gaten. Tot 1990 vervulde hij deze functie binnen
de A.N.B.v.V., vanaf 1982 tevens als bestuurslid van de C.O.M.-federatie met de
portefeuille zangkanaries.
In totaal werd de
functie van convoyeur dertien jaar bekleed. Een prachtige baan omdat de diverse
convoyeurs uit de tientallen landen een echte grote gezellige familie vormen
die jaarlijks zo’n drie weken met elkaar optrekt.
Besluit
Als je meer dan
zestig jaar vogels hebt en houdt en al sinds meer dan veertig jaar allerlei
bestuursfuncties hebt bekleed, kun je hier wel een boek over schrijven. Dat
heeft Paul Kwast inderdaad gedaan. Niet perse over z’n eigen hebben en houden,
maar over de Algemene Nederlandse Bond van Vogelhouders. Ter gelegenheid van
het 75-jarig bestaan van onze Bond schreef hij het jubileumboek: “De Bond over
de jaren 1919 – 1993”.
Een prachtig stuk
geschiedenis over de vogelsport binnen onze Organisatie.