IN DE KEUKEN VAN …..
FONS MERTENS TE TILBURG
Het begin
Als negenjarige kreeg Fons Mertens uit Tilburg zo’n vijftig jaar geleden drie zilverisabelpoppen en een man van zijn grootvader die destijds al lid was van de A.N.B.v.V. Ofschoon de fok voorbeeldig lukte (27 jongen) was het houden van vogels toen nog niet echt aan Fons besteed en was het enthousiasme na ’n jaartje verdwenen. Enkele jaren later werd de hobby wat serieuzer opgevat en werd weer gestart met kleurkanaries, daarna exoten (zebravinken, wat Afrikaantjes en kardinalen). Vervolgens werden agaporniden en forpussoorten aangeschaft (in die tijd nog ƒ 400.00 betaald voor een koppel geelbonte collies).
Vervolgens heeft Fons zo’n tien jaar lori’s (o.a lori van de Blauwe Bergen, zwarte lori, rode lori) en loriculus-soorten (o.a. blauwkroontje) gehouden. Daar heeft hij destijds heel mooi mee gefokt.
Postuurkanaries hebben echter ook al heel vroeg zijn hart gestolen. In 1963 geslaagd als keurmeester kleurkanaries, werd hij vrij snel daarna keurmeester exoten, vervolgens keurmeester postuurkanaries en tenslotte keurmeester parkieten.
Huidige
vogelbestand
Momenteel houdt Fons Mertens zich vooral bezig met de fok van grotere frisesoorten zoals de Parijse Frise (12 koppels), de Padovan (4 koppels) en de Makige (8 koppels). Daarnaast Belgische Bult (8 koppels) en Yorkshire (9 koppels). Het eerstgenoemde ras, de Belgische Bult, is Fons vanaf het begin trouw gebleven. Hij bewaart er dan ook goede herinneringen aan zoals de gouden medaille op het C.O.M. te Roeselaere in 1982.
Vier koppeltjes Duitse kuiven completeren het geheel van
postuur.
Naast de postuurkanaries worden kleurkanaries gefokt (6 koppels topazen en 2
koppels mozaiek-opalen).
Staffordshire
Als experiment is
Fons bezig om te proberen een Staffordshire postuurkanarie te fokken: een rode
kleurkanarie met een glosterkuif). Dit in tegenstelling tot de Duitse kuif die
geen ronde, maar een ovale kuif heeft.
Deze Japanse
postuurkanarie heeft Fons Mertens ooit gekocht (zo’n 35 jaar geleden!) bij een
vogel-handelaar. Destijds wisten we nog niet dat het een apart postuurras was.
Hij werd toen noch herkend noch erkend. Hij is toen ingefokt in de
frisekanarie.
De grote liefde van
Fons Mertens is de Parijse frise. “Het is een imposante, volumineuze vogel die
mij erg aanspreekt. Er is echter moeilijk aan goed uitgangsmateriaal te komen.
Je moet in de eerste plaats gezond spul kopen”.
Het fokken valt niet
tegen, het fokken van goede kwaliteit des te meer.
Een extra
moeilijkheidsfactor bij de Parijse frise is dat deze vogel meer groepen
krulveren heeft dan bijvoorbeeld de Noord Hollandse frise. Dat betekent in de
praktijk dat er ook eerder iets aan “mankeert”.
Qua huisvesting dient
men er voor te waken niet teveel vogels bij elkaar te plaatsen. Dit in verband
met het plukken van veren. Met name de losse flankbevedering is interessant om
voor de hokgenoten om aan te gaan rukken en plukken.
Wanneer de vogels
uitgeruid zijn moet je ze eigenlijk apart in grote broedkooien plaatsen.
Als bodembedekking
gebruikt Fons Mertens hennepstro. Met name in de broedkooien heeft het als
voordeel dat het niet uit de kooi waait: het blijft goed op de bodem liggen.
Een nadeel van dit soort bodembedekking (hetzelfde geldt voor houtsnippers) is
dat ze minder vaak ververst wordt, waardoor ideale omstandig-heden geschept
worden voor vedermijt.
De laatste jaren
constateert Fons op de keuringen steeds meer vedermijt bij de wedstrijdvogels.
“Een ramp”.
Veel rassen
frisekanaries moeten droog gehuisvest worden omdat anders de krulling van de
veren minder wordt. Bovendien merk je dat de conditie van de vogels terugloopt
wanneer ze minder droog zitten.
’s Winters wordt de
temperatuur op minimaal 10 °C gehouden voor vogels als de Parijse frise.
Daarentegen is een postuurras als de Noord-Hollandse frise veel minder gevoelig
voor lagere temperaturen: hij heeft namelijk een veel geslotener verenkleed.
Qua voeding krijgen
de vogels een normaal kanariemengsel en daarnaast zelf gemaakt eivoer dat
bestaat uit beschuit, ei met wat levertraan, roosvice mulitivit en een
probioticummix van Aves.
Dat laatste is in het
verleden succesvol ingezet bij de bestrijding van coliproblemen (zweetziekte).
Sindsdien wordt een probioticum standaard aan het opfokvoer toegevoegd.
Ook wordt kiemvoer
verstrekt, meestal apart, en niet in het eivoer.
Bij de gloster en
border moet je opletten dat de vogels niet te veel vervetten. Bij de wat
activere frise zul je niet gauw problemen krijgen met vervetting.
De kweek
Het broedseizoen
begint rond 1 maart. Door middel van een automatische klok wordt de daglengte
vanaf begin januari dagelijks met 4 tot 6 minuten verlengd.
Begin maart is de
daglengte circa 15 uur en worden de vogels in de broedkooien geplaatst.
Er wordt
koppelsgewijs gebroed. De reden is, met name bij de door Fons gehouden
postuurrassen, dat de poppen bij het toepassen van wisselbroed te vaak vechten
met de man. Zijn de koppels eenmaal gevormd en blijven ze bij mekaar dan is de
gehele kweek veel gemakkelijker. Daarnaast speelt enige gemakzucht een rol.
Ofschoon ooit beweerd
wordt dat friserassen moeilijk fokken kan Fons Mertens dat niet beamen.
“Ik heb bij mijn
Parijse frisees nooit pleegouders gebruikt terwijl evenmin vogels moeten worden
overgelegd. Hetzelfde geldt voor de Padovan en de makige”.
Sommige vogels zijn
echter gevoelig voor stress; deze moet je uitselecteren voor de kweek.
Parijse frisees en
Yorkshires zijn gemakkelijker te fokken dan Norwichkanaries. De Norwich is een
trage, wat luiere vogel waarbij je ooit de man moet weghalen omdat de pop (met
jongen) anders op het nest blijft zitten en de jongen niet voert!
Wat ringen betreft
dien je rekening te houden met het formaat van de postuurkanarie de je houdt.
Norwich, Yorkshire, Parijse frise en Padovan worden geringd met 3.2 mm. (ter
vergelijking: een kleurkanarie wordt met 2.9 mm geringd); de fife fancy kan
geringd worden met 2.7 mm.
Wanneer je met je
vogels wilt deelnemen aan vogelshows begint het africhten van postuurkanaries
voor het wedstrijdseizoen in feite al na het uitvliegen van de jonge vogels.
Een wedstrijdkooi wordt dan als babykooi gebruikt: zo leren de jonge vogels al
vroeg hoe een kooi er van binnen uitziet.
Na de rui worden de
jonge vogels in grote dubbele broed-kooien gehuisvest. Dit in verband met rust
en ter voorkoming van verenpikkerij. Aan de buitenkant van de broedkooi wordt
een TT-kooi gehangen.
Drie weken voor de
eerste wedstrijd worden de vogels een of twee weken in de wedstrijdkooi gezet.
Deze wordt regelmatig in de hand genomen en verplaatst.
De Zuid-Hollandse
frise en Belgische Bult worden geactiveerd door de kooi hoog in het vogelhok op
te hangen aan een haak. De vogels moeten dan, willen ze veel van de omgeving
opvangen, naar beneden kijken (doen ze van nature toch al). Bovendien zal de
kooi wat schommelen waardoor de vogels getraind worden om zich stevig aan de
zitstok vast te klemmen. Noord-Hollandse frise en Parijse frise hoeven niet
speciaal getraind te worden. Belangrijk is dat deze vogels rustig zijn.
De laatste week mogen
de kanaries weer de grote broedkooi in waar ze zich dan extra kunnen verzorgen
en dagelijks een bad nemen. Een andere reden om met name houdingvogels in de
broedkooi te plaatsen is dat de vogels, wanneer ze weer opnieuw in de TT-kooi
geplaatst worden, beter houding zullen aannemen!
Postuur groeit, het aantal rassen ook….
Het houden en fokken
van postuurkanaries zit al jaren flink in de lift. De meeste “nieuwkomers” zijn
afkomstig uit de kleurkanariehouderij.
Een kritische noot
van Fons Mertens is dat er de laatste jaren zoveel “nieuwe” rassen bijkomen.
“Vroeger had je zo’n
twintig duidelijk herkenbare rassen. Tegenwoordig lijkt het wel of elk land een
eigen vogel wil hebben.
Rassen lijken ooit
erg veel op elkaar. Zo is de Merhinger een kleine uitgave van de Parijse frise.
Goede kwaliteiten zijn goed te herkennen, maar daartussen …..
A.N.P.V.
In de
postuurkanariewereld is de A.N.P.V., de Algemene Nederlandse Postuurkanarie
Vereniging een bekende naam. Deze landelijke, onafhankelijke speciaalclub is 27
jaar geleden opgericht door o.a. Fons Mertens en Libregts. Vanaf de oprichting
is Fons voorzitter van de A.N.P.V.
De club telt
momenteel ruim 700 leden. Slechts een klein aantal is geen lid van A.N.B.v.V.
of N.B.v.V.
Eenmaal per jaar
wordt een eigen nationale show gehouden te Goirle waar circa 2 000 vogels te
bewonderen zijn.
Als
postuurkanariekeurmeester heeft Fons Mertens zijn sporen verdiend in onze
hobby. Zowel in Nederland als in de ons omringende landen heeft Fons
postuurkanaries gekeurd.
“Postuurkanaries
keuren is vergelijken. Je moet de vogels de tijd geven om rustig de vereiste
houding aan te nemen. Sommige rassen moet je activeren, andere net niet.
De Gloster en de
Norwich moet je niét activeren; anders gaan ze zich oprichten en is de vorm
(zoals de vereiste bolle rug) weg. Om dezelfde reden moeten deze rassen niet
onder lamplicht gekeurd worden!
De Belgische Bult,
Noord Hollandse Frise en de Gibber Italicus moet je daarentegen wél activeren.
Wanneer je even onder aan de kooi krabt gaan deze vogels houding maken en met
gestrekte pootjes op de zitstok staan. Ook wanneer je als keurmeester de kooi
laat schommelen gaan de vogels een goede houding aannemen.
De Scotch Fancy en de
Japan Hoso moet je op en neer laten springen van de ene zitstok naar de andere,
zodat ze de voor hun ras typische halvemaan-vorm aannemen. Vandaar dat voor
deze rassen een borderkooi met twee zitstokken gebruikt wordt.
De Border en de Fife
Fancy moet je iets laten springen: ze krijgen dan een mooie ronde rug. De stokken
moeten niet te ver van mekaar staan omdat de vogels dan gaan vliegen in plaats
van springen.
En gaan ze vliegen,
dan krijgen ze geen mooie ronde rug!
Niet echt enthousiast
is Fons Mertens over het verschijnsel dat er steeds meer eendagswedstrijden
worden gehouden voor individuele postuurrassen zoals de glosterdag, de
lizarddag, twee borderdagen, een houdingrassendag etc.
Het gaan zijns
inziens ten koste van de inzendingen op de onderlinge vogelshows terwijl ze met
name bezocht worden door “toppers en specialisten”. De kleine fokker komt
(durft) niet. Dergelijke shows, waarbij de vogels ’s morgens worden ingezet en
’s avonds weer mee naar huis mogen, komen wél de kwaliteit van het betreffende
postuurras ten goede.
Op de nationale shows
zie je de toppers helaas niet meer allemaal met hun vogels verschijnen!
Verschillende keren
heeft Fons Mertens medailles behaald op C.O.M.-wereldshows. Een hoogtepunt
echter vindt hij de gouden medaille, met een stam Belgische Bultkanaries
behaald in 1982 te Roeselaere in België.
Een allround
vogelliefhebber met een speciale voorliefde voor postuur- en kleurkanaries.
Keurmeester, voorzitter van de A.N.P.V., lid van de Technische Commissie
Postuur van de A.N.B.v.V.
Vanwege zijn grote
verdiensten voor de vogelliefhebberij is Fons Mertens vorig jaar benoemd tot
“Lid van Verdienste” van de Algemene Nederlandse Bond van Vogelhouders. Een
eretitel die Fons Mertens met ere mag dragen.
Henk
Branje