IN DE KEUKEN VAN LEI SMEETS, REUVER

 

Lei Smeets, telg van het bekende Reuverse vogelliefhebbergeslacht Smeets.

Al sinds zijn jeugd bezig met vogels en momenteel heel nadrukkelijk in de postuurwereld aanwezig als keurmeester en fokker van een uitstekende stam lizards.

 

Als kind hield Lei thuis op de boerderij grasparkietjes in een volière die gebouwd was door broer Sjra, die in die tijd al oranjerode kanaries fokte.

Na de grasparkietjes kwam de periode dat Lei Smeets meer aandacht aan “vogels” van het andere geslacht ging besteden zodat de vogelhobby op een laag pitje kwam te staan.

In 1977, een jaar na zijn huwelijk met Bernadette werd een vijftiental volières gebouwd achter de nieuw gebouwde woning. In deze volières werden verschillende soorten Australische parkieten gehouden zoals veelkleurenparkiet, bourke parkiet, splendidparkiet en stanleyrosella.

Twee jaar later werd in één van de karkietenvluchten begonnen met een zevental lizardpoppen, onder andere afkomstig van lizardfokker Meusen uit Reuver. Uit deze zeven popjes werden het eerste jaar 70 jongen gefokt! In de erop volgende jaren werden ook in de andere vluchten lizards gefokt (wisselbroed) waarbij telkens enkele poppen en een man lizard samen met een koppel parkieten werden gehuisvest.

Rond 1980 werd een van de volières verbouwd en werden er broedkooien in geplaatst. In die tijd werd Lei lid van vogelvereniging “De gevederde Vriend” te Reuver. Zo rolde hij in het wedstrijdgebeuren: het voordragen van de vogels op de keurdag; de gesprekken met de keurmeesters op de keurdag; uitleg over het keuren van vogels. Hij kreeg steeds meer interesse in de verschillende soorten postuurkanaries.

 

Postuurcursus van Tilburg

In 1984 startten de keurmeesters Henk van Tilburg en Sjaak van Rooij een cursus in het zuiden des lands. Eenmaal per twee weken togen zo’n twintig liefhebbers naar het Limburgse Roermond om daar uitleg te krijgen over postuurkanaries. Na een half jaar werd gevraagd of men eventueel interesse had om de keurmeestercursus postuurkanaries te gaan volgen van de A.N.B.v.V. Twaalf liefhebbers van het Roermondse clubje begonnen destijds aan deze opleiding. Na een aantal jaren zijn hier vier man van overgebleven die in 1988 tegelijk slaagden als keurmeester: Thei Wolters uit Tegelen, Paul Schoolmeesters, Hay van den Heu-rik en Lei Smeets uit Reuver.

Lizard telkens centraal

Tot ’86 werden er in huize Smeets enkel lizards gefokt. Van goede kwaliteit, getuige de gouden medaille in Roesselaere (1987) met een stam lizards. In verband met de keurmeesteropleiding werden vervolgens ook andere rassen postuurkanaries gehouden zoals de Yorkshire, Zuid Hollandse frise en fife fancy. Het aantal gefokte lizards name toen af van 120 naar 40 per jaar.

Tot 1994 werden diverse soorten postuurkanaries gehouden. Daarna begon Smeets weer met volle overtuiging aan de lizardkweek en ging de kwaliteit van het materiaal weer vlot omhoog met als hoogtepunt “Bundessieger positur” op de Bundesshow van de AZ in Kassel, twee jaar geleden.

 

Ervaring

Iemand die al ruim twintig jaar lizards fokt van goede tot zeer goede kwaliteit heeft heel veel ervaring opgedaan en kan daar vast en zeker waardevolle informatie over geven. Vandaar dat de kwaliteit van de lizard en een bespreking van de verschillende onderdelen van deze postuurkanarie uitgebreid aan de orde kwamen.

 

Caps

Een herkenbaar onderdeel van de lizard is de cap. Prachtig om te zien, maar moeilijk om te fokken.

De cap is in verschillende varianten bij een lizard aanwezig. Kenmerkend voor de lizard is de volle cap waarbij de eenkleurige cap doorloopt tot de lijn snavel – oog – achterhoofd. Heeft een vogel slechts een halve cap of een gedeeltelijke cap of zelfs helemaal géén cap, dan is dat voor de puntenwaardering niet van belang. Wél is het belangrijk dat op die plaats waar géén cap zichtbaar is, een duidelijke fijne schubtekening aanwezig is. Deze schubtekening loopt vanuit de rug over de nek tot aan de snavel en wordt richting snavel steeds fijner.

Bij het samenstellen van de koppels wordt nooit een volle cap aan een volle cap gekoppeld. De cap wordt dan namelijk te lang en loopt te ver door in de nek.

De combinatie vol x gebroken, vol x half, vol x noncap of half x half is prima.

De cap vererft via verschillende factoren zodat het niet te voorspellen is wat voor soort cap er uit een bepaalde combinatie tevoorschijn zal komen. Volle cap x volle cap geeft van alles, maar vaak te lange caps die te ver in de nek doorlopen hetgeen ongewenst is.

 

Borst

De borsttekening bestaat uit “rowings”, parallel verlopende lijnen die bestaan uit “V”-tjes. Deze tekening loopt vanaf de hals naar de stuit. De borsttekening mag niet streperig zijn en evenmin onderbroken. Met name bij intensieve lizards is het moeilijk om een goede borsttekening te realiseren die over de gehele borst en buik zichtbaar is.

 

Rug

Helderheid van het rugdek is belangrijk: geen vale plekken; de tekening moet goed parallel lopen.

Bij intensieven wil je een heel goed onderbroken rugdek zien. Bij de schimmels goed zichtbare evenwijdige lijnen van de schubben die goed afsteken tegen de rest van de veer. Géén onregelmatigheden (vlekken, overmaat schimmel). Op de kop kleine schubben, op de rug bredere schubben.

 

Staart, vleugels en hoorndelen

Vleugels en staart moeten diep zwart zijn zonder lichte uiteinden. Wanneer een pen geruid wordt, komt deze langer terug mét lichte uiteinden. Hierdoor verliest de lizard aan kwaliteit. Wanneer lizards dus elkaars veren gaan plukken gaat dit meteen ten koste van de vorm/type van de vogel.

Om dit te voorkomen kan men ervoor kiezen om de vogels apart te huisvesten dan wel heel ruim met liefst veel afleiding. Voor dit laatste heeft Lei Smeets gekozen. In een volière van 3.50 x 0.75 meter worden 25-30 lizards geplaatst. De vogels hebben hier een zee van ruimte zodat er zich geen problemen voordoen met verenplukken.

De hoorndelen moeten diep zwart zijn. Het is dan ook belangrijk dat lizards in de zon kunnen zitten. Als pigmentverdieper krijgen de vogels tweemaal per week een uitloper bruidssluier. De kanaries zijn er gek op terwijl Lei Smeets ervan overtuigd is dat deze plant de diepte van de hoorndelen verbetert.

Desondanks bestaat er verschil in kleurdiepte van de hoorndelen bij de verschillende vogels. Hier moet je rekening mee houden bij het selecteren van het fokmateriaal.

 

Verbeterpunten

Ofschoon hij al jaren aan de top draait met zijn lizards meent Lei nog verschillende verbeterpunten aan te kunnen geven.

Zo mogen de schimmel mannen een nog betere borsttekening hebben evenals de intensieve poppen. Om dit te bereiken is nog een lange weg te gaan. De schimmelmannen kijken momenteel al heel goed qua borsttekening.

Daarnaast blijft het zaak de rest van de vogel goed in de gaten te blijven houden, zodat de ene eigenschap niet verzwakt terwijl je de andere aan het verbeteren bent.

 

De glosters

De volgende generatie kanarieliefhebbers uit de Smeets familie heeft zich inmiddels al aangemeld.

Zo’n vier jaar geleden kreeg zoon Jeroen, destijds 11 jaar oud, een aantal glosters van Hay van den Heurik en Paul Schoolmeesters. Hij kon zodoende beginnen met een mooie stam vogels. De eerste jaren was Jeroen nog geen lid van een vereniging. Maar drie jaar geleden werd hij als jeugdlid ingeschreven bij “De Gevederde Vriend” te Reuver.

Provinciaal en nationaal doet Jeroen goed mee met de “groten” en heeft hij naast allerlei andere prijzen inmiddels al een viertal Bondsschilden gewonnen op de gewestelijke show van Gewest IV en de Bondskampioen Zutphen.

Zoon Jeroen is met name geïnteresseerd in de gloster consort, vader Lei ringt de corona’s. Er wordt alleen gefokt met corona x consort of omgekeerd.

 

De parkieten

Tijdens de zomermaanden worden in veertien volières parkieten gehouden en gefokt. Ná het broedseizoen worden zo’n zeven volières geruimd en  geschikt gemaakt voor de opvang van de kanaries. Op 25 maart worden de blokken in de vluchten opgehangen en kunnen de parkieten met de kweek beginnen.

Er worden prachtrosella’s gefokt (in rood en cinnamon), bourke parkieten (isabel en geelrose) en lutino verervende roodrugparkieten. De vogels worden in het wedstrijdseizoen tevens geshowd op verschillende shows.

 

Voeding

Ofschoon dit mengsel niet perse nodig is voor lizards krijgen alle vogels een speciale postuurmengeling met minimaal 70-75% witzaad en heel weinig raapzaad. Dit laatste veroorzaakt bij lang bevederde vogels (zoals de gloster) plakken van de ontlasting rond de anus. Met een postuurmengeling komt dit probleem niet of nauwelijks voor. “Het is jammer dat men hier op de vogelshows geen rekening mee houdt; de lang bevederde postuurrassen krijgen hierdoor vaak problemen met de ontlasting op de show, wanneer ze het “normale” kanariemengsel krijgen”.

Als eivoer krijgen de vogels Cede. Daarnaast is altijd maagkiezel en grit beschikbaar.

De parkieten krijgen een mengeling voor grote parkieten en eveneens Cede eivoer, maagkiezel en grit.

 

De kanariekweek

Zodra de vogels (meestal de popjes) naar de COM-show gaan, wordt de daglengte bij de mannetjes opgevoerd. Het is dan rond medio januari.

Wanneer de vogels vervolgens terugkomen van het COM wordt meteen met de kweek begonnen.

De poppen zijn dan namelijk doorgaans goed broedrijp terwijl de mannetjes dat inmiddels ook zijn.

Er wordt in wisselbroed gefokt; een mannetje op twee of drie popjes. Elke vogel mag twee, hooguit drie ronden jongen grootbrengen.

Gemiddeld worden er zo’n 200-250 jongen gefokt door vader en zoon. Er wordt gebroed in 45 broed