IN DE KEUKEN VAN …. ANDRÉ V.D.VELDEN UIT NISTELRODE
Een heel bekende naam bij de fokkers van bruine en zilverbruine kleurkanaries. Een naam die zeker met respect zal worden uitgesproken. De kwaliteit van zijn bruine pigmentvogels is immers van bijzonder goede kwaliteit. Reden temeer om eens een kijkje te gaan nemen in het Noord Brabantse dorp Nistelrode.
Dat de kwaliteit van de bruin gepigmenteerden van v.d. Velden in den lande bekend zijn moge blijken uit het feit dat zijn vogels op een Technische Dag van de kleurkanariekeurmeesters van de A.N.B.v.V. werden aangehaald als “ideaalbeeld” conform de standaard.
Dit jaar wordt voor de 25e keer de kweek aangevangen. Precies vijfentwintig jaar geleden begon André van der Velden met zes popjes te fokken: twee bruine, een zalm, een rood intensieve, een goudisabel en een agaat. Na het eerste kweekseizoen werd meteen meegedaan met de onderlinge vogelshow. Met de “beste” vogels werd doorgegaan: het waren de bruinen. Sindsdien is deze kleur niet meer weg geweest uit huize van der Velden.
André is al vanaf het begin van zijn “vogelcarrière” lid van vogelvereniging “Vogelvreugd” uit Nistelrode. De laatste tien jaar als voorzitter. De vereniging telt 32 leden en kan dit aantal goed vasthouden. Het is een gezonde club met actieve leden. En met kwaliteit onder de leden: op de afgelopen Bondskampioen te Zutphen werd “Vogelvreugd” clubkampioen kleurkanaries”, drie punten los van nummer twee!
Bruin en bruinopaal
Om een keer wat anders op het hok te hebben heeft André vorig jaar een aantal bruinopalen: “puur iets anders er bij met een heel andere vererving”. De opaal is een kleur die in feite totaal niet past bij de kweek van bruinen. De opaalfactor immers is een gigantische bruinverdringer. De opaal verervende bruine poppen die vorig jaar gefokt zijn kun je in de gemeenschapsvolière stuk voor stuk aanwijzen: de bruindiepte is enorm terug gevallen! De kweek van de opalen wordt door André dan ook totaal gescheiden van die van de bruinen.
Huisvesting
Buiten het broedseizoen worden de poppen in een gemeenschappelijke volière gehuisvest. De mannen zitten apart. Medio februari worden de mannetjes in een aparte ruimte ondergebracht. Als voeding krijgen de vogels een goede zadenmengeling (Voskes). Het eivoer wordt door v.d.Velden zelf samengesteld: ei + beschuit + Aves.
Het ei wordt als volgt bereid: in een pannetje worden eieren, samen met wat melk en boter, gebakken. Dit ei wordt samen met beschuit en Aves in een keukensnijmachine gemengd tot een prachtig rul eivoer.
Late kweek
De broedkooien worden begin april goed schoongemaakt en bespoten met U3 (de laatste fles). V.d.Velden begint elk jaar laat met de kweek waarbij in de eerste week van mei de eerste eitjes uitkomen. De mannen worden zes weken voor aanvang van het broedseizoen in een aparte ruimte ondergebracht waar het aantal uren licht langzaam wordt opgevoerd. De poppen blijven dan nog bij normaal buitenlicht. Een week voordat de poppen in de broedkooien geplaatst worden, wordt de daglengte meteen opgeschroefd tot het aantal uren van de mannen.
Er wordt normaliter in wisselbroed gefokt met twintig poppen. Op elke twee poppen wordt één mannetje ingezet. Ongeveer de helft bruin en de helft zilverbruin.
Er worden twee rondes gebroed. De jongen van de laatste rui, die altijd vlot ruien, kunnen dan ook nog goed op tijd in wedstrijdconditie gebracht worden en op de show eind november staan de late jongen er al perfect op.
Dit jaar worden achttien bruine/zilverbruine poppen in de broedkooien geplaatst en zes bruine, opaalverervende poppen. Dertien mannen staan klaar om hun diensten aan te bieden: drie bruinopalen (1 x geel 2 x recessief wit), vijf bruine en vijf zilverbruine.
Om de opaalkweek 100% van de bruinkweek gescheiden te houden worden een aantal extra maatregelen genoemen. De opalen worden aan de linkerpoot geringd, de bruinen aan de rechterpoot. De bruinen beginnen bij de lage ringnummers, de opalen bij de hoge….
Doorgefokt bestand vogels
De afgelopen vijftien jaar is er geen vreemd bloed aangekocht en is er al die jaren via lijnenteelt gefokt. André houdt hierbij goed in de gaten niet te scherp te fokken. De kwaliteit zit dan ook goed in het genenmateriaal van de vogels verankerd. Een nadeel van het jarenlang doorfokken komt ook bij André op het hok kijken: het aantal jongen bedraagt zo’n tachtig tot honderd stuks uit 24 poppen. De poppen leggen voldoende eieren, enkel de bevruchting laat ooit te wensen over; de uitkomst van de eieren is prima terwijl de jongen doorgaans goed worden grootgebracht. Typerend is dan ook dat toen vorig jaar met bruinopalen werd gefokt de resultaten bij deze vogels duidelijk beter waren dan bij de doorgefokte bruinen.
Standaard
De standaard van de A.N.B.v.V. schrijft voor de bruin gepigmenteerde voor dat de oxydatie van het bruin zich maximaal moet uiten in de totale bevedering, de poten, de nagels en de snavel. De rug en de flanken vertonen goed afgetekende bruine strepen. Bij schimmelvogels ligt de bestreping verzonken in de phaeomelanine waardoor een vloeiende overgang ontstaat. Deze vogels hebben een maximaal bezit aan bruin phaeomelanine.
Bij volpigmentvogels (zoals de bruine) laten een maximale uiting van de melanine zien in de totale bevedering. De phaeomelanine is in hoofdzaak verantwoordelijk voor een waas over de totale bevedering.
Gezien tegen het licht van de standaard benaderen de vogels uit Nistelrode een en ander heel aardig. Zelfs de mannen zien er van boven uit als een pop: mooi diep vloeiend pigment met duidelijk zichtbare pigmentbestreping. Pigment dat bovendien meteen achter de snavelbasis begint. Dat je met een man te maken hebt kun je eigenlijk alleen maar zien aan de totale kleuruiting van de borst die er wat grijzer c.q. blauwachtiger uit ziet.
Afwijking in onderpigment?
Zo’n vier jaar geleden fokte André een bruine vogel met een afwijkende bijtint ten opzichte van de andere bruinen. De bijtint kwam hierbij donkerder naar voren dan bij de andere vogels. Deze bruine vogel is teruggekoppeld aan zijn vader. Het eerste jaar gebeurde er weinig, maar in het tweede jaar kwamen er meer donkerder getinte vogels.
Deze vogels zijn verder in het bestand ingefokt. De gezelschapsvolière wordt tijdens het bezoek van ondergetekende bevolkt door beide typen bruinen en zilverbruinen. Je kunt het “oude” type (klassiek) gemakkelijk onderscheiden: deze vogels laten duidelijk meer geel zien in de borst terwijl de andere poppen (EP (extra pigment) veel meer vloeiend pigment in de borst laten zien. Wanneer je de borstveren van beide typen opblaast (vooral goed te zien bij een bruine) zie je duidelijk dat bij type EP de veer over een groter gedeelte donkerbruin pigment laat zien waarbij het randje geel smaller is. De borstveer van een type 1 pop is in het midden een stukje lichter gekleurd, terwijl het bandje geel breder is.
OOok bij de mannen is duidelijk verschil te zien. Met name bij zilverbruine mannen. Deze laten doorgaans vrij veel wit zien in de borst; je kijkt er als het ware in het wit, ook al laten sommige mannen al vrij veel bruin in de borst zien. Bij de type EP mannen kijk je heel anders op de borstkleur: ze lijkt blauwachtiger met een bruin waas. De dikkere laag donker pigment in de onderveer beinvloedt de inval van het licht zodanig dat het wit anders van tint is bij dit type vogels (zie foto). De toekomst zal het leren. Feit is en blijft dat de type EP poppen een fantastisch mooi vloeiende borst hebben!
Mutatie
Of er bij v.d.Velden sprake is van een mutatie is zeker nog niet bewezen. Veeronderzoek zou meer duidelijkheid moeten brengen in dit fenomeen. Het staat echter buiten kijf dat de kleuropbouw van de borstveertjes verschillend is tussen beide typen! Zou er echter wél sprake zijn van een mutatie waarbij de hoeveelheid onderpigment toeneemt, dan zou dit niet alleen voor bruin gepigmenteerden gelden, maar ook voor andere kleuren pigment zoals zwart, agaat en isabel. Dat zou een ongekend effect hebben op de kleuruiting van dergelijke pigmentvogels.
Een clubgenoot, Tonnie Verhoeven uit Uden, heeft vorig jaar een man (bruin wit dominant) van André v.d. Velden ingefokt in zwart gepigmenteerden met als doel te kijken of de bredere pigmentlaag in de veren ook ingefokt kan worden in zwart. Dit jaar zullen dergelijke vogels mogelijk op de show verschijnen. Bij de jongen van afgelopen jaar waren zwart geel, bruin geel en bruin wit. Volgens Verhoeven was de zwart geel gepigmenteerde vogel dieper van pigment dan hij tot dan toe ooit gefokt had. Een interessante ontwikkeling die mogelijk perspectieven biedt! De kleurkanariesport blijft ons immers verbazen.
Wedstrijden
De vogels van v.d.Velden zijn geen onbekenden op vogelshows in ons land. Doorgaans wordt elk jaar aan drie wedstrijden meegedaan: de onderlinge, de Gewestshow van Gewest 5 en de Bondskampioen te Zutphen. De resultaten zijn navenant.
Op de afgelopen Bondskampioen werd een eerste prijs behaald bij de stammen bruin; een eerste prijs bij de stellen bruin en een eerste prijs bij de stellen zilverbruin. In de stammen zat een 93-er en in de stellen een tweede vogel met 93 punten. De 93-punt-vogel in de stam is vorig jaar in totaal drie keer gekeurd en drie keer met 93 punten gewaardeerd door drie verschillende keurmeesters. Kwaliteit verloochent zich niet!
Henk Branje