IN DE KEUKEN VAN HAY VERHAEGH TE WANSSUM

 

VAN PARKIETEN NAAR PAPEGAAIEN

 

Het begin

Hay Verhaegh heeft de vogelliefhebberij niet van vreemden. Zijn moeder, inmiddels hoogbejaard, heeft nog steeds parkieten in huis. Tot voor enkele jaren geleden bracht ze nog jonge papegaaien met de hand groot… Vier broers van Hay hadden of hebben vogels. De een wat fanatieker dan de andere. De een in verenigingsverband, de ander zonder enige binding met wie dan ook. Op veertienjarige leeftijd nam Hay de parkieten over van zijn oudere broer die uit huis ging. Tot z’n twintigste werden er parkieten, met name Australische parkieten en grasparkieten, gefokt. Toen op twintigjarige leeftijd een baan aanvaard werd als internationaal chauffeur werden de vogels overgedaan aan, alweer, een jongere broer.

Herstart

In 1989 pakte Hay, inmiddels 39 jaar, zijn “oude liefde” weer op. Hij bouwde een zestal volières waarin Australische parkieten gehouden werden en daarnaast, in broedkooien, zes koppels Catharinaparkieten en zes koppels grasparkieten. In 1990 werd hij lid van vogelvereniging “Gevleugelde Vrienden Wanssum”.

In 1993 werd zoon Daan lid; deze begon toen met een aantal koppels Catharinaparkieten waar hij goed mee gefokt en gespeeld heeft totdat hij, net als zijn vader, internationaal vrachtwagenchauffeur werd. Dertienjarige dochter Tessa volgde een jaar later. Zij nam de grasparkietentak over en daarnaast nog enkele koppeltjes forpus. Hay hield toen nog enkele koppels Catharinaparkieten, Taranta’s en Australische parkieten.

In 1992 werden de eerste papegaaien gekocht: een koppel bonte boertjes. Sindsdien is deze soort alleen nog in aantal uitgebreid.

De keuze voor papegaaien: “je krijgt meer reactie, meer binding; papegaaien reageren mooier. Je krijgt er meer contact mee”. Naarmate de financiën het toelieten werden koppeltjes papegaaien gekocht. Ook de nafok van parkieten en papegaaien werd geïnvesteerd in telkens nieuwe koppels.

Met name de soorten van de familie der langvleugelpapegaaien (poicephalus) genieten de warme belangstelling. Van de zeven soorten van deze familie zijn er inmiddels vijf te Wanssum aanwezig: bont boertje, Meyer, bruinkop, Jardine (Congo) en roodbuik.

 

Huisvesting

In het begin bestond “de inventaris” uit een zestal volières een twaalf broedkooien. Inmiddels zijn nog zes broedkooien over voor de kweek van Catharinaparkieten en is uitgebreid tot zestien grote kweekkooien. Acht stuks van 1x1x1 meter voor de bonte boertjes. Hay deed de ervaring op dat deze papegaaiensoort beter broedt in de kleinere kweekkooien dan in de grote van 2 meter! Blijkbaar stellen deze vogels meer prijs op enige privacy.

De bruinkoppapegaaien, Meyer en zwartkop caiques worden gehuisvest in wat grotere kweekkooien (1.50 x 1.00 x 1.00 meter).

Een viertal vluchten zijn bevolkt met respectievelijk een koppel Salomon edelpapegaaien, Rose kaketoes, Jardine papegaaien en Amazones. De twee resterende vluchten dienen als opvang voor de gefokte jongen. In de kweekkooien: zes koppels bonte boertjes, twee koppels Meyer papegaaien, twee koppels roodbuikpapegaaien, één koppel bruinkoppapegaai, één koppel Jardine papegaaien en één koppel zwartkap caïques. Bonte boertjes

Wat de bonte boertjes betreft worden drie ondersoorten gehouden; van elke ondersoort twee koppels. Het betreft de geelbuik, oranjebuik en roodbuik.

“Wanneer de jongen ongeveer vier weken oud zijn kun je aan de kleur van de buikbevedering al zien of het rood-, oranje- of geelbuiken zijn. Er is de nodige discussie over de zuiverheid van deze ondersoorten, of het wel ondersoorten zijn etc. Tóch blijkt dat de buikbevedering wel degelijk verschillend gekleurd is. En dat terwijl alle vogels dezelfde voeding krijgen.

“Centraal verwarmen en stof zuigen”

De zestien kweekkooien zijn over de hele lengte van het vogelhok (10 meter) gebouwd: twee rijen van acht kooien boven elkaar. De onderste rij kweekkooien is ongeveer 20 cm boven de grond gemaakt op een gemetselde verhoging. De verhoging is gevuld met zand waarin een buizensysteem is aangebracht. Over de hele lengte van het hok een buis (9 cm diameter) met om de twee meter een aftakking (5 cm diameter) die uitmondt in de centrale gang. Buiten het vogelverblijf staat een elektrische ventilatorkachel die is aangesloten op de centrale buis. Op deze manier wordt, mooi verdeeld over de voergang, warme lucht het vogelverblijf ingeblazen. Op die manier wordt een temperatuur van ongeveer 12 graden bereikt in het vogelhok dat een oppervlak heeft van 10 x 4 = 40 m2.

Ook het stofzuigen geschiedt “centraal”. De stofzuiger zelf staat buiten het vogelhok. Over de lengte van het vogelhok loopt een PVC-pijp met aftakkingen. Op deze centrale pijp wordt de stofzuigerslang aangesloten.

 

Stevig spul

De kweekkooien zijn geheel van trespa en aluminium gemaakt. Een forse investering, maar wel een noodzakelijke. Met name de bonte boertjes zijn erg vernielzuchtig. Eigenlijk moeten deze papegaaien altijd een flink stuk knaaghout ter beschikking hebben. Ook bij de keuze van de broedblokken moet hier rekening gehouden worden met de vernielzucht van papegaaien. Alle blokken zijn eiken natuurblokken. Een stuk duurder, maar na zes jaar nog ze goed als nieuw. Van de gewone natuurblokken werden door sommige koppels soms drie stuks in één jaar tijd gesloopt……  De blokken zijn tegen de voorkant van de kweekkooien bevestigd. Eenderde part van het voorfront is hiertoe van dikker trespa gemaakt (voor de stevigheid). In de trespa is een luik gemaakt, precies tegenover het inspectieluik van het eikenhouten broedblok. Op die manier kan gemakkelijk vanuit de voergang het nestblok geïnspecteerd worden.

Er zijn in het voorfront (aan de kant van de voergang) van de kweekkooien en de volières voerluikjes gemaakt, zodat er gemakkelijk van buiten gevoerd kan worden zonder dat de kooien geopend hoeven te worden.

Dat is des te belangrijker omdat eega Marjo door de week de vogels moet voeren. Hay is immers internationaal chauffeur en dus meestal van zondagavond tot donderdagavond op route in heel West Europa.

Op zaterdag worden alle hokken gepoetst, gezogen en alle voer- en waterbakken gereinigd.

 

Voeding

Eenieder heeft zijn eigen manier van voer samenstellen en voeren. Zo ook in huize Verhaegh. Wat de zaadmengeling betreft worden vier soorten zaadmengsels 1 op 1 gemengd: parkieten 10 (Bos), papegaaien speciaal (Bos), premium (Wimo) en premium (Prestige). Een bonte mengeling van veel verschillende soorten zaden.

Het eivoer wordt op een vergelijkbare manier samengesteld: drie soorten onder elkaar gemengd.

Orlux (met gedroogde vruchten), Orlux (papegaaien met gedroogde visdeeltjes) en Vruchtenpaté van Witte Molen.

Daarnaast krijgen de vogels om de andere dag groenten en fruit: appel, komkommer, wortel, banaan etc. Eén eetlepel per koppel om de andere dag. Wanneer er jongen zijn krijgen de vogels elke dag onbeperkt te vreten.

Twee maal per week wordt er wat extra kalk onder het eivoer gemengd. Af en toe wat extra vitamines en andere voedingsstoffen (aminorotol).

Het eivoer wordt rul gemaakt met water. Sinds het eivoer wordt rul gemaakt en het fruit er onder gemengd wordt, eten de vogels het een stuk beter! Over het algemeen wordt het aldus bereide zadenmengsel en het eivoer best goed opgenomen door de verschillende soorten papegaaien.

 

De kweek van de Catharinaparkieten

De Catharinaparkieten broeden over het algemeen erg goed. Door de zes koppels worden jaarlijks ongeveer vijftig jongen op stok gebracht. In allerlei kleuren: lutino, crème ino, lichtgroen, donkergroen, olijfgroen, licht zeegroen, donker zeegroen en olijf zeegroen. De meeste oudervogels zijn split voor een of meer kleuren. De nesten omvatten doorgaans vier of vijf jongen die perfect worden grootgebracht (een uitzondering daargelaten). Het nestblok is hetzelfde als dat voor agaporniden. Op de bodem van het blok wordt een omgekeerde graszode gelegd, waar over heen een laagje houtkrullen. De oudervogels zetten een en ander onder elkaar en krijgen zo een mooi vrij vochtig mengsel.

Catharinaparkieten zijn echte wedstrijdvogels. Al enkele maanden na het verlaten van het nest kunnen deze parkieten gespeeld worden. Ofschoon ze dan nog niet volledig volgroeid zijn laten ze dan een uitstekende tekening zien. Het voordeel van de betere tekening weegt vaak ruimschoots op tegen het nadeel van het nog niet geheel volgroeid zijn. Deze parkieten zijn doorgaans mooi rustig en dus uitstekend geschikt voor de show. De nesten omvatten doorgaans vier of vijf jongen die perfect worden grootgebracht (een uitzondering daargelaten).

 

De kweek van de papegaaien

De bonte boeren fokken vrij goed; in 2001 hebben vier van de zes koppels jongen op stok gebracht.  Het is niet zo dat alle koppels elk jaar jongen groot brengen. Toch vallen de kweekresultaten bij de poicephalus soorten niet tegen. Beide koppels Meyer papegaaien hebben het afgelopen jaar jongen grootgebracht. Een van de koppels roodbuiken liet helaas na veertien dagen de jongen in de steek. De bruinkopjes zijn nog te jong en de Jardines zitten weliswaar in de blok maar hebben nog geen eieren gelegd. “Je moet afwachten en veel geduld hebben bij deze soorten”, aldus Hay Verhaegh. Het koppel zwartkap caïques doet het eveneens bijzonder goed: elk jaar vier bevruchte eieren en vier jongen; het vierde jong gaat jammer genoeg telkens verloren.

In de vluchten verloopt een en ander minder voorspoedig. De Edelpapegaaien hebben al twee jaar achter elkaar onbevruchte eieren. De man rosé kaketoe gooit, telkens wanneer de pop een ei legt, dit binnen de kortste keren uit het blok. Tot nu toe is er nog geen methode bedacht om dit te verhinderen. Men houdt zich aanbevolen voor tips.

Boekhouding

Het vogelgebeuren wordt administratief bijgehouden in grote klappers. Zo heeft Hay een overzicht van de aanwezige, gefokte, aangekochte en verkochte vogels over elk jaar sinds 1989. In de loop van de jaren krijg je zo een mooi overzicht van de overgang van een parkieten- naar een papegaaienbestand. Zo hebben er heel wat parkieten gehuisd in Hays volières. Waaronder Australische platstaartparkieten, halsbandparkieten, aratingasoorten en zelfs de Patagonische Rotsparkiet (ideale vogels om ruzie met de buren te krijgen).

 

Soorten uit de poicephalus familie zijn bijzonder moeilijk te seksen. Wil je zekerheid, dan zul je ze door de dierenarts moeten laten seksen. De gegevens van dit onderzoek worden eveneens netjes bewaard.

 

Ook alle kosten van voeding en verzorging, bouw- en verbouw staan genoteerd. Wat dat betreft is aan Hay een boekhouder verloren gegaan.  Zeker wanneer je bedenkt dat de volières, kweekkooien en vogels net zo goed op orde zijn als de boekhouding.

 

Wensen

Er is geen vogelliefhebber, of hij heeft een verlanglijstje. Zo ook bij Hay Verhaegh.

Afhankelijk van de resultaten met de kweek staan er nog een tweetal poicephalus soorten op het verlanglijstje: de Rüppel papegaai en de Kaapse papegaai.

Van laatstgenoemde soort had Hay begin 2001 een jong koppel gekocht. Helaas ging de pop op een leeftijd van ruim 14 maanden te gronde aan het spiermaagdilatatie-syndroom. Een virusinfectie waar deze poicephalus soort nogal eens aan leidt. Een echte vogelliefhebber geeft echter nooit op. Dus op korte of wat langere termijn zullen deze twee soorten vast en zeker nog eens te Wanssum in de verzameling komen!

 

                                                Henk Branje