WE DOEN ALLES ZO GOED MOGELIJK
Voor de meeste kwekers is het eind van het broedseizoen als weer in het zicht.
De zang-, kleur- en postuurkanariekwekers zijn of met de laatste nesten bezig of zijn, wanneer ze vroeg zijn begonnen, vaak al gereed met de kweek. De kwekers van verschillende soorten tropen maken zich alweer op voor een nieuw kweekseizoen. Maar de mensen die Europese vogels houden zitten wellicht nog midden i n het broedseizoen. Aan dat seizoen is nog niet al te veel te sturen. En dat is misschien ook best goed.
Ook de parkietenkwekers hebben al veel jongen o stok zitten, maar wanneer de blokken niet uit de kooien of volières worden gehaald, gaan parkieten meestal rustig door met het leggen van eieren en het grootbrengen van de jongen.
Zoals elk jaar zij de resultaten weer heel wisselen. Deen heeft volop jongen in de vlucht, anderen hebben met veel moeite een klein aantal jongen groot gekregen.
Waar de oorzaak ligt van dit verschil? Dat zou ik niet kunnen zeggen. Zeker is, dat we waarschijnlijk zelf iets fout doen, wanneer het niet goed gaat met de kweek. De oorzaken kunnen heel ver uiteen lopen.
Waren de vogels in een optimale conditie toen ze in de broedkooien gingen? Waren de broedkooien goed schoon en ongediertevrij Zaten de vogels rustig in de kooien (niet ’s nachts opgeschrikt door geluiden in de omgeving)?.
Over de voeding van de vogels wil ik het hierbij net hebben. Over het algemeen krijgen onze vogels goed voer. De een zweert bij het ene merk zaad en eivoer, een ander bij een ander merk. Beiden hebben echter veel succes. Dus aan het voedsel op zich kan het niet liggen. Wel is het zo dat wanneer de jonge
vogels in heet nest liggen en deze worden niet al te best gevoerd, het van belang is om overdag een keertje vaker eivoer te geven. Meestal zal de pop na het eten van het voer meteen de jongen voeren.
Maar voor veel mensen is dat een probleem omdat ze op hun werk zitten. Maar ik ken kwekers die hun vogels tweemaal per dag voeren. ’s Morgens voordat ze naar het werk gaan en ’s avonds wanneer ze van hun werk komen. En ook zij hebben redelijk veel jonge vogels op stok gekregen.
Moeilijker
Wel is het zo dat, hoe beter van kwaliteit de vogels worden, het kweken vaak moeilijker wordt. Dat is bijvoorbeeld in de postuurkanariekweek erg goed merkbaar. Steeds wanneer er nieuwe rassen worden “gemaakt”, ik noem dan bijvoorbeeld de Rheinlander en de Mehringer, vogels die ontstaan door vermengding van verschillende rassen. De “kruisingsproducten” zoals ik ze, oneerbiedig, toch even wil noemen. Staan bekend om hun goede kweekresultaten. Maar zodra de vogels zijn doorgekweekt en het nieuwe ras echt gestalte krijgt, wordt het steeds moeilijker om veel jongen op stok te krijgen.
Overigens is het niet alleen in de vogelkweek zo, dat de meest raszuivere dieren het moeilijkst te kweken zijn.
Nu, terwijl de kweek wellicht nog aan de gang is, maar de meeste jongen toch al op stok zitten, moeten we ook al schenken aan het komende tentoonstellingsseizoen. Hoewel het vroeger gewoon was dat je pas enkele weken voor de wedstrijd begon met het “africhten” van de vogels. Het wordt de laatste jaren steeds duidelijker dat het beter is de jonge vogels al vanaf het begin te confronteren met de tentoonstellingskooi.. Daarvoor hang je een of twee oude kooien in de vluchten waarin de jonge vogels zitten. Leg regelmatig een lekker hapje in de kooi. Bijvoorbeeld wat groenvoer of eivoer. De vogels weten dat al gauw te vinden en gaan zonder schroom de kooi in.
Wanneer de tijd komt om ze op te kooien zijn ze doorgaans niet meer zo wild dat ze hun verenkleed beschadigen. Veel succesvolle kwekers bevalt deze werkwijze erg goed. Ook moeten we nu al beginnen met het selecteren. Jongen waarvan je denkt dat het straks tentoonstellingsvogels worden kun je wat ruimer huisvesten, opdat ze elkaar niet zullen beschadigen.
Blijf attent
Hoewel de tijd tussen de kweek en het tentoonstellingsseizoen vaak het rustige seizoen wordt genoemd, moet je als kweker zeer alert blijven. Het is goed om elke dag de vogels enige tijd te observeren. Kneusjes moeten zo snel mogelijk worden verwijderd. Ook is het nu zo langzamerhand tijd om de vogels te enten tegen kanariepokken (indien je dat tenminste wilt). Ik kan eenieder aanraden om dit toch vooral te doen. Je kunt veel onheil voorkomen.
Ook aan de voeding moet extra aandacht worden besteed. De vogels komen in de rui en hoewel we dat niet moeten zien als een ziekte, hebben de vogels er toch vaak onder te lijden. Vooral de oude vogels. Zij hebben een zwaar broedseizoen achter de rug en zijn dus conditioneel niet in een optimale vorm. Goede voeding met wat extra kracht- of eivoer. Op tijd wat groen of fruit en, dat mag vooral niet ontbreken, grit en kiezel binnen het bereik. Je kunt nu ook al een begin maken met een eerste schifting van de vogels.
Oude vogels die het in het broedseizoen niet zo goed hebben gedaan kunnen worden opgeruimd. Ook de eerste jongen die nagenoeg door de rui zijn en niet voldoen aan de eisen kunnen weg. Daardoor krijg je meer ruimte voor de andere vogels.
Bij de kwekers van zangkanaries ligt dat wat anders. Die moeten nog even afwachten wat voor “geluid “ de jonge mannen voortbrengen voordat ze echt kunnen selecteren.
Blijf alert op ongedierte, want niet alleen in de broedkooien komen luis en mijt voor. Ook in vluchten nemen de vogels deze mee. Controleer vooral zo nu en dan de bevedering op de aanwezigheid van vedermijt.
De laatste jaren zie je op de wedstrijden steeds meer vogels waarvan de staart- en/of vleugelbevedering is aangetast door vedermijt. Dat levert veel strafpunten op. Nu is het nog mogelijk in het beginstadium de mijt te vernietigen en tegen te gaan. Je kunt dat doen door de bevedering te bespuiten met een niet al te sterk verdelgingsmiddel (niet te ster, want dan dood je niet alleen de mijt, maar misschien ook de vogel). Een probaat middel is alcohol. En dan niet de zuivere alcohol, maar gewone jenever. Maak een watje nat en bestrijk daarmee de vleugel- en staartpennen van de vogels. De mijt is dan gedood en komt voorlopig niet terug. Wanneer de veren nog maar heel weinig zijn aangevreten is dat nauwelijks zichtbaar en ben je nog op tijd. Wanneer de mijt eenmaal flink heeft toegeslagen blijven de veren tot de volgende rui beschadigd. Er is en blijft altijd wat te doen in de vogelhouderij. Dat maakt de sport ook zo aantrekkelijk. Maar voorlopig gaan we eerst nog even op vakantie. Anderen moeten mijn vogels verzorgen. Je treft van tevoren zoveel mogelijk maatregelen dat alles goed verloopt. Dan valt na afloop van de vakantie alles best mee.