ZORG VOOR VERANTWOORDE HUISVESTING VAN VOGELS

Alle begin is moeilijk!! Dat zal niemand ontkennen. Zeker niet wanneer je een beetje ingeburgerd bent in de vogelsport. Er zijn zoveel facetten die invloed hebben op het al dan niet slagen van de vogelhouderij en zeker van de vogelkweek. Dat is altijd al zo geweest en dat geldt in deze tijd zeker. De vogels hebben steeds meer kwaliteit gekregen. Ook is de diversiteit veel groter. We hebben het niet slecht gedaan. Maar of de vogel daardoor ook sterker is geworden meen ik te mogen betwijfelen. Misschien zijn we vaak te goed voor onze vogels en is het vooral de overdaad die schaadt. Maar daarover kan ik geen definitief oordeel geven. Daarvoor zou een uitgebreid onderzoek moeten plaatsvinden. Dat is nooit gebeurd en zal wellicht ook niet gebeuren. En dat is best jammer.

Waar we zeker aandacht aan moeten besteden is de huisvesting van onze vogels. In de nieuwe wetgeving, die vanaf 1 april van dit jaar van kracht is geworden, wordt veel aandacht besteed aan het welzijn van de dieren. Dit via de Gezondheids en Welzijnswet voor Dieren. (Soms denk ik dat een dergelijke wet eerst zou moeten worden aangenomen voor mensen. Maar dat is wellicht teveel gevraagd). Ook voor huisdieren en dus ook voor onze vogels. Er is een Platform Verantwoord Huisdierenbezit gevormd waarin ook leden van onze Bond zitten hebben. We kunnen er met z’n allen van overtuigd zijn dat we onze vogels zo goed mogelijk verzorgen. Dat moet immers om een zo goed mogelijk kweek- en wedstrijdresultaat te bereiken. Waar het mogelijk hier en daar aan schort is een goede huisvesting. Al moet ik zeggen dat ook hierin de laatste jaren veel verbetering is gekomen. Ik weet nog dat ik als jonge kweker (meer dan vijftig jaar gelden) bij een zeer bekend kweker en publicist van vogelartikelen kwam. Deze man kweekte kleurkanaries in broedkooien die nauwelijks groter waren dan een sigarenkistje. De man kreeg niet zoveel jongen op stok, maar dat deerde hem niet. Het was genoeg voor zijn experimenten. Gelukkig zien we dat niet meer. Maar vooral beginners moeten er op letten dat ze hun vogels wat ruimte geven. Niet overdreven hoor. Dat is ook weer niet nodig.

 

Verschillende manieren

Je kunt op verschillende manieren vogels houden. In het groot. In hokken met een ruime afmeting. Maar ook in kleine volières. Zo was er een jonge buurman die mij vertelde dat hij graag wat vogels wilde houden. Hij had inmiddels een kooi in de kamer staan van 100 x60x40 cm. Een ruime kooi dus. Maar daarin had hij een paartje witte valkparkieten, een paar zebravinken en een koppel kanaries gezet. Nu kreeg hij problemen met zijn vrouw. In de eerste plaats was er regelmatig een kleine oorlog in de kooi omdat de vogels dicht bij elkaar zaten en regelmatig ruzie hadden. Met verwondingen tot gevolg. Want een snavelhouw van een valkparkiet komt hard aan. De veren en het stof vlogen dan door de kamer tot grote ergernis van de vrouw. De man wist dat ik vogels hield en kwam raad vragen. We hebben samen de kooi en de inhoud bekeken. Duidelijk een te kleine ruimte en een verkeerde vogelkeus. Dat was al gauw duidelijk. Ik heb uitgelegd dat bijvoorbeeld parkieten bijna het hele jaar door ruien en dus overlast leveren. Ik heb ook gewaarschuwd dat andere vogels eens per jaar hun veren wisselen. Tenslotte kwam het zover dat we de vogels in een vervoerkist hebben gepakt en naar een vogelhandel hebben gebracht. Daarna ben ik met man en vrouw gaan kijken naar andere vogels. Omdat ze toch wel graag wat vogels in de kooi wilden. Ze waren zeer enthousiast toen ik ze een paartje gouldamadines liet zien. Dat zijn zeker voor leken erg aantrekkelijke vogels. Deze werden gekocht en in de kooi gezet. Vanaf het begin had het jonge paar er plezier in. Dat werd nog groter toen het paartje ging nestelen en een drietal jongen op stok kwam. Op dat moment wilden ze best alle vogels houden. Maar ik heb er op gewezen dat de kooi daarvoor te klein was en dat er zeker weer ruzies zouden ontstaan. De jongen werden dus weer van de hand gedaan. Dat ging een jaar zo door. Toen kwam hij bij me en vertelde dat ze de vogels in de kamer wilden houden, maar dat hij, net als ik buiten graag een hok wilde bouwen waarin hij meer vogels kon kweken.

 

Verlangens

We zijn samen aan tafel gaan zitten en ik heb hem gevraagd wat zijn verlangens waren. Het bleek dat hij zich echt op het kweken van tropen wilde toeleggen. In de eerste plaats op de gouldamadines, maar ook op andere soorten.

Hoewel ik zeker geen bouwtechnicus ben, hebben we samen een ontwerp gemaakt van een vogelhok waarin voldoende ruimte was voor enerzijds ruime broedkooien van 50x40x40 cm en anderzijds een aantal grotere vluchten waarin de jonge vogels zich goed zouden kunnen ontwikkelen. Hij was inmiddels ook bij andere kwekers in het hok geweest en vroeg zich af of de kooien wel dergelijk grote afmetingen moeten hebben. Ik heb hem duidelijk gemaakt dat de vogels zich prettig voelen in een wat grotere ruimte en dat dat hun gezondheid ook ten goede komt. Hij heeft zich laten overtuigen, is inmiddels lid geworden van een vereniging en is een enthousiast vogelkweker.

Een man dus die dacht in een kleine kooi meerdere vogels te kunnen houden, maar van een koude kermis thuiskwam. Dat kan niet. Zowel binnen niet, alsook in het vogelhok niet. Er is een duidelijk verschil aan behoefte aan ruimte voor verschillende vogels. Zo zal een gloster en een fife fancy voldoende hebben aan een broedkooi van 40xc40xc30 cm. Maar een Yorkshire vraagt toch een broedkooi van 50 of 60x40x40 cm. Bij tropen is ook een duidelijk verschil te maken. Toch voelen de meeste tropen zich beter in een wat ruimere broedkooi. Buiten de broedtijd moeten er ook voldoende ruime vluchten aanwezig zijn om de vogels op te vangen. De vogels ontwikkelen zich daarin veel beter. Dat is al lang bekend en daarom zullen de meeste kwekers daar ook al rekening mee hebben gehouden. Ik heb het idee dat slecht gehuisveste vogels ook niet moeten worden gezocht bij de leden van de verenigingen. Veel meer bij de, toch ook best wel echte liefhebbers, die met hun vogels niet aan wedstrijden meedoen en dus niet zulke hoge eisen stellen aan de ontwikkeling van hun jonge vogels. Het is goed dat iedereen eens om zich heen kijkt en dat we gezamenlijk proberen iets te doen aan het huisvestingprobleem, als zich dat al voordoet.

 

Oppassen

Waar we het met zijn allen zeker eens kunnen zijn met maatregelen die er toe leiden dat onze vogels zo goed mogelijk gehuisvest zijn en ook zo goed mogelijk verzorgd worden, moeten we oppassen dat we in onze liefhebberij niet worden betutteld. Vooral dierenbeschermers hebben er een handje van om dieren menselijke eigenschappen toe te dichten. Dat kan en mag niet gebeuren. Ook niet onder valse voorwendselen. Er wordt, in het kader van de Gezondheids- en Welzijnswet, nog gewerkt aan verschillende andere zaken als alleen de huisvesting. Zo staat een regeling op stapel omtrent te houden soorten (waarbij we moeten houden wat we hebben!), identificatie, het houden van wedstrijden (?) en het infokken van ongewenste erfelijke eigenschappen. Dat laatste doet ook veel vragen opkomen. Maar we zullen er in de toekomst zeker vaker mee geconfronteerd worden. Maar ik wil nu toch ook even een waarschuwend woord laten klinken. Laten we oppassen dat we onze vogelsport kunnen blijven uitoefenen. Men zal moeten aanvaarden dat we allemaal in de eerste plaats liefhebbers zijn die van onze dieren houden. En daarom willen we ze ook blijven houden en tentoonstellen. Welk soort of ras het ook is.