HET KWEKERSBLOED STROOMT SNELLER

 

 

Voldoende licht

Zorg er voor dat er in het hok voldoende licht is. Op het moment dat de vogels in de broedkooi gaan zit ik zelf in de buurt van 16 uur licht per dag. Ook moet de temperatuur zodanig zijn dat de vogels kunnen broeden. Bij een temperatuur van rond de 18 graden gaat dat prima. Maar als de temperatuur lager is kun je problemen verwachten. Vooral bij de wat zwakkere soorten vogels. Dan zie je meer poppen met legnood. Ook wordt er dan een te grote aanslag gedaan op de conditie van de pop. Zij moet immers met haar lichaamswarmte de eieren op temperatuur houden. Bij een te lage temperatuur in het hok gaat dat ten koste van haar eigen conditie, met alle gevolgen van dien.

Zodra de poppen het nest gereed hebben en eieren hebben gelegd, dan stop ik met het geven van ei- en groenvoer. De pop heeft dan namelijk maar weinig lichaamsbeweging en zal het voedsel minder goed verteren.

Ik haal zelf de eerste drie eieren uit het nest en vervang ze door kunsteitjes. Bij het vierde ei gaan alle eitjes terug in het nest en beginnen de 13 dragen broedtijd (bij kanaries) te tellen. Berg de uitgenomen eitjes goed op. Een kistje met zoveel (genummerde) vakjes als er broedkooien zijn, gevuld met fijn schelpenzand is een heel goede bergplaats. Maar zorg wel voor een deksel op het kistje zodat er niets op de eieren kan vallen. Kapotte eieren hebben nog nooit jonge vogels opgeleverd. Wees er dus zuinig op.

Er zijn collega-kwekers die de eieren niet uithalen en van mening zijn dat de jongen tóch ongeveer rond dezelfde tijd uitkomen. Het is uiteraard wat veiliger voor de eieren. Maar ook hier is het weer zo: je moet doen wat je het beste bevalt.

 

Afwachten

Wanneer de pop twaalf dagen heeft gebroed begin ik weer een beetje eivoer te geven. Dit maak ik rul met gekiemd zaad. Je kunt voor het kiemen een speciaal mengsel gebruiken, maar ook puur raapzaad geeft een goed resultaat. Het laten kiemen van de zaden kan op zeer verschillende manieren gebeuren. Zelf gebruik ik een set speciale bakjes waar het zaad ongeveer drie dagen in staat.

De eerste dag wordt er gewoon koud water door het zaad gespoeld, waardoor het  begint te weken. De tweede dag weer schoon water doorspoelen en dan zijn er al witte puntjes zichtbaar; op de derde dag zijn de puntjes groter en wordt het gekiemde zaad goed gespoeld in een zeef en door het eivoer gemengd.

Je moet het zaad niet te lang laten kiemen. Dan worden bepaalde, voor de vogels minder gezonde, stoffen in de kiemen opgeslagen.

Zodra de jongen zijn uitgekomen krijgen de ouder-vogels tenminste driemaal daags een kleine hoeveelheid eivoer met gekiemd zaad. Bij een slecht voerende pop wil een keer vaker eivoer geven wel eens uitkomst bieden. We zien heel vaak dat de pop van het nest komt op het moment dat je eivoer in het bakje hebt gedaan. Bij terugkeer op het nest worden dan vaak de jongen gevoerd.

Doet ze dit niet, dan heb je pech. Zeker als je de jongen niet kunt overleggen. Overigens is het zo dat je nog niet hoeft te wanhopen wanneer een pop eerste of zelfs de tweede dag niet voert. De jonge vogels hebben een behoorlijke voedselvoorraad meegenomen uit het ei en kunnen daar een paar dagen op leven. Daarna wordt het een probleem omdat de jongen te zwak worden om de kopjes nog omhoog te steken.

Er zijn kwekers die het geduld op kunnen brengen (en de tijd hebben) om de jonge vogels zelf te voeren. Maar dat is een enorme klus. Zelf begin ik daar niet aan. Maar je kunt je voorstellen dat het “vragen” om voedsel door de jongen een belangrijk onderdeel is van het al dan niet voeren door de ouders.

Een probleem dat vooral merkbaar wordt als je vogels kweekt met een langere nek, zoals Zuid-Hollanders, gibbers, gibosoos en ook Japan hosoos. De jongen van deze vogels hebben in de eerste levensdagen niet de kracht om hun kopjes lang omhoog te houden. Dat kan best wel eens problemen opleveren. Die echter na enkele dagen zijn opgelost wanneer de pop de mogelijkheden goed benut.

 

RIngen

Wanneer de jongen zo’n zes tot zeven dagen oud zijn moeten ze worden geringd. Het gebeurt bij kanaries maar zelden dat jongen na het ringen uit het nest worden gegooid. Bij verschillende soorten exoten en ook bij Europese vogels is dat anders.

Er zijn dan een aantal mogelijkheden. De ringen zwart maken helpt (doe het voorzichtig met een onschuldig kleurmiddel), maar ook een stukje ventielslang kan uitkomst bieden. Knip een stukje af ter grootte van de ring en doe dat om de ring. In de meeste gevallen laten de ouders de jongen dan wel in het nest liggen en voeren gewoon door.

Wanneer de jongen drie weken oud zijn komt er een moeilijke tijd. De pop wil weer een nieuw  nest maken. Wanneer je niet op tijd ingrijpt worden de jonge vogels geplukt en dat kan voor heel wat soorten niet onaanzienlijke gevolgen hebben.

Ik denk daarbij onder meer aan kleine rassen als glosters, fife fancy, raza en Japan hoso. Als de staartpennen worden uitgetrokken dan komt de nieuwe staart niet alleen minder glad, maar ook een stukje langer terug. En dat is niet de bedoeling.

Zodra je bemerkt dat de pop onrustig wordt en vaak tussen de grote jongen op het nest gaat zitten, hang dan een nieuw nestbakje in de kooi en gooi voldoende nestmateriaal in de kooi.

Pas je wisselbroed toe, laat dan de man bij de pop en de jongen. In de meeste gevallen voert de man de jongen ook. Zodra de pop weer eieren heeft kan de man met de jongen in een vluchtje om ze verder groot te voeren.

Op die manier werkt het prima. Tenminste ….. in de meeste gevallen. Je kunt ook dan de pech hebben dat de man opeens toch niet meer voert of wat dan ook. Dat is dan een van de verrassingen waarvoor je komt te staan. Zitten er meer mannen en eventueel een enkele pop in het vluchtje, dan is het mogelijk dat zelfs die het voeren overnemen.

Zonder een beetje geluk komen ook wij er niet in de vogelsport.

 

                                               Joop Willink