SUCCES MOET JE AFDWINGEN

Over een maand of twee is het weer zover, dan begint het tentoonstellingsseizoen. De eerste wedstrijden, nationale- en eendagswedstrijden, komen zelfs al eerder aan bod. Dat lijkt nog een lange tijd te gaan. Toch wordt het nu al tijd om onze beste (wedstrijd)vogels voor te bereiden op deze wedstrijden. Niet alleen door een goede en gezonde voeding, die hebben alle vogels nodig. Want niet alleen op onze wedstrijdvogels moeten we zuinig zijn. Ook andere vogels, die volgend jaar weer moeten zorgen voor de nieuwe aanwas hebben nu, aan het eind van de ruitijd, een heel goede verzorging nodig. Maar we moeten toch extra aandacht besteden aan de vogels, waarvan we denken dat we ze kunnen inzenden op de wedstrijden. Want hoe beter de vogels zijn afgericht, des te beter zal het eindresultaat zijn. Dat wil niet zeggen dat de vogels in het algemeen twee maanden in een tentoonstellingskooi moet doorbrengen. Dat is voor de meeste soorten overbodig en zelfs niet aan te bevelen. Maar het is zeker goed om de vogels op tijd te wennen aan deze kooien. Dat kan door tentoonstellingskooien in of aan vluchten te hangen. Leg elke dag een lekker hapje in de kooi en je zult zien hoe snel de vogels dat weten en hoe ze op die manier gemakkelijk gewend raken aan de wedstrijdkooi. Ik neem aan dat de meeste van ons de beste vogels reeds in een aparte vlucht of vluchten hebben. Geef deze vogels wat meer ruimte, opdat ze zich goed kunnen ontwikkelen. Ook heeft de ruimte het voordeel dat het verenpikken tot een minimum wordt beperkt.  Want zeker voor roodfactorige vogeis en biivoorbeeld de lizard kan dit verenpikken nare gevolgen hebben en later zichtbaar zijn in het verenkleed. Zelf doe ik een week of drie voor de wedstrijd de vogels in de tentoonstellingskooi. Afhankelijk van het ras (voor veel postuurrassen geldt bijvoorbeeld dat ze zeker geen voIle drie weken in de kooi hoeven) blijven ze daar voorlopig in tot ze rustig zijn en houding aannemen. Dan gaan ze, meestal enkele dagen voor de wedstrijd weer terug in de vluchtjes). Daarin staat dan elke dag vers badwater klaar, zodat de vogels zichzelf kunnen schoonmaken en er bij het opkooien minder werk is. Wel worden, voordat de vogels naar de wedstrijd gaan, de pootjes nog even gewassen en als dat nodig is ingestreken met iets vaseline (niet te veel want anders wordt de bevedering vet en zijn we nog veel verder van huis).

 

Niet nodig.

Ondanks het feit dat elk jaar tijdens de keuringen weer vogels niet die punten krijgen die ze best kunnen verdienen omdat ze of te wild zijn, hun yeren hebben beschadigd tijdens het vervoer naar de wedstrijdzaal of omdat ze geen houding willen geven, zijn er nog altijd mensen die vinden dat tijdig trainen van de vogels niet nodig is. Ik kan me dat in een enkel geval voorstellen. AIs je bijvoorbeeld een Zuid-Hollandse frisee in een tentoonstellingskooi zet en het is een vogel die goed is, dan gaat hij in de meeste gevallen ,,in de houding” staan. Dat ligt aan het ras.

Deze vogels doen het of doen het niet. Maar desondanks zal ik mijn Zuidhollanders altijd van tevoren opkooien, al is het niet zo lang, zoals reeds is geschetst. Maar de meeste kleurkanaries hebben een veel intensievere training nodig. Die zijn nu eenmaal wat schuwer en moeten eerst wennen aan de wedstrijdkooi. En waarom zouden we dat dan ook niet doen. Het is toch prachtig om langs de opgekooide vogels te lopen, de kooien regelmatig in de hand te nemen en deze op een andere plaats zetten. Een rustige vogel zal zijn kleur beter laten zien. Dat geldt ook voor onze exoten. Wanneer deze rustig in de kooi zitten komen kleur en tekening beter tot hun recht. Dat kan best enkele punten schelen. Dat maakt nogal wat uit, zeker bij vogels van een goede kwaliteit. Wie succes wil hebben op de wedstrijden moet er wat voor doen. Het komt echt niet vanzelf. Het komt vaak voor dat er wordt gezegd; hij komt ook met zijn vogels. Dan kunnen wij beter thuis blijven. Maar waarom heeft “hij” het succes. Dat Krijg je niet zomaar. Deze kweker heeft  zorg besteed aan zijn broedvogels, maar daarna ook aan zijn wedstrijdvogels. Natuurlijk is het niet zo dat een vogel die niet voldoet aan de standaardeisen door een goede training ineens een topper kan worden. Dat is uitgesloten. Zo is dit alles ook niet bedoeld. Het gaat er om dat we die punten behalen die er te behalen vallen. Dat kan niet met vogels die wild door de kooi fladderen.

 

Op tijd beginnen

De wedstrijden staan weer voor de deur. Dat betekent weer dat de organisatoren een hele klus wacht.  We weten allemaal dat het een heel werk is om alles in goede banen te leiden.

In principe moeten we er van uitgaan dat de keuringen tenminste tussen de 8.30 en 9.00 uur moeten beginnen. Daar moeten de keurmeesters rekening mee houden, maar ook de organisatie. Ik kom op wedstrijden waar om half negen ’s morgens, dat is de tijd waarop de meeste keurmeesters graag aanwezig willen zijn, alles nog moet worden klaargezet. Dat kan wat eerder. Zorg er voor dat er blinde lijsten zijn. Het gemakkelijkste is dat per kIasse ook een briefje klaar ligt waarop de prijzen vermeld worden. Dat voorkomt dat na afloop van de keuring nog allerlei zaken moeten worden uitgezocht. Maar ….mocht de keurmeester ‘s morgens eens wat later aankomen, kijk dan niet boos. Het huidige verkeer maakt het niet altijd mogelijk om binnen de normale tijd naar de wedstrijdzaal te komen. Het is mij zelf gebeurd dat ik erg vroeg van huis ging om ergens in het westen te gaan keuren. Ik dacht erg vroeg voor de deur te staan, maar het liep anders. Ik kwam in de file terecht en deed over de laatste 10 kilometer anderhalf uur!! Dus was ik nog te laat. Dat is erg vervelend voor de vereniging, maar geloof me, zeker ook voor mezelf. Maar dat moet je beschouwen als overmacht. Maar we proberen zoveel mogelijk om op tijd te zijn. Maar dan moeten we ook aan het werk kunnen.

 

                                                Joop Willink.