LET OP DE KLEINE VIJAND
Zomermaanden zijn
ideaal voor de ontwikkeling van allerlei ongedierte. Vooral de bloedluis kan
zich in deze maanden met een enorme snelheid ontwikkelen en vermeerderen. Houd
daar goed het oog op. Dat geldt zeker voor die kwekers, van welke soort vogels
dan ook, die nog jongen in de nesten hebben. Maar zeker ook voor hen, wier
vogels al in de vluchten zitten.
Zolang er nog jongen
in de nesten liggen is he5t niet zo moeilijk om de luis te ontdekken. We hoeven
alleen maar zo nu en dan onder het nestmateriaal te kijken. Als het gaat om
bloedluizen, dan zien we die niet altijd. Deze kruipen ’s morgens bij het licht
worden graag weg in kieren en gaten in de kooien. Maar we zien niettemin dat ze
er zijn geweest. Ze laten sporen achter die we snel kunnen herkennen. En zijn
er veel luizen, dan zien we bij de naden in de kooien zwarte raden terwijl op
een donkere ondergrond een meelachtig wit laagje te zien is. Actie is dan
geboden. Dat weten de meeste onder ons wel. Maar de vraag is vaak: hoe moeten
we de luis bestrijden. Zoals bekend gebruik ik zelf al jarenlang “ardap”, een
middel dat bij mij nog steeds helpt, als er al een luis is.
Maar het is ook algemeen bekend dat verschillende stammen luizen resistent worden voor een bepaald bestrijdingsmiddel en dit dus geen vat meer heeft op het diertje. Dan moet je gewoon een ander middel proberen. Meestal lukt het dan wel; weer. Er zijn heel wat goede, luisdodende middelen te koop. Grijp niet meteen naar de zwaarste middelen. Zo heb ik al eens geschreven dat U3, een bestrijdingsmiddel tegen ongedierte dat ook in de duivensport vrij veel wordt gebruikt, door mij ook wordt gebruikt. Maar …. Ik heb daar uitdrukkelijk bijgeschreven dat ik dit middel gebruik voordat de vogels de broedkooi ingaan en alleen met een kwastje in de naden en in de broedbakjes aanbreng. Spuiten met U3 wil ik iedereen ten zeerste afraden. Zelfs het verwerken met een kwast doe ik nooit zonder werkhandschoenen. U3 bevat namelijk de zeer giftige stof carbaryl. Deze stof wordt ook in de tuinbouw en plantenteelt wel gebruikt. Maar ook daar gelden algemene waarschuwingsregels. Dus U3 nooit spuiten, alleen maar strijken. Het is een middel dat heel goede resul5taten laat zien. Niet alleen ten opzichte van de bloedluis, maar ook van de zogenaamde zwarte of grijze luis. Deze luis is moeilijker te bestrijden dan de bloedluis. Maar wel gemakkelijker waar te nemen. Deze luizen zijn namelijk een stuk groter en ze blijven ook overdag op de vogels zitten. Kijk vooral in de oksels van de jonge vogels. Vaak zie je de beten van deze luizen ook goed. Gewone bestrijdingsmiddelen uit de bekende spuitbusjes helpen niet of weinig. Bladeren van de tamme kastanje onder in de nestkastjes wil wel eens een oplossing bieden. Maar beter is het om nestbakjes in te strijken met U3 en deze drie dagen te laten drogen. Dan een nieuw nestje in het bakje maken en de jongen overleggen. Je zult zien dat de jonge vogels, die onder invloed van de aanwezigheid van de grijze of zwarte luis erg zijn vermagerd, al snel weer in de groei doen. Doen we niets, dan zullen de jongen een tijd lang in leven blijven. Maar ze blijven heel erg mager en zullen tenslotte toch het loodje leggen. Elke dag goed kijken naar je vogels en hun gedrag leert snel of er iets aan de hand is.
Kanariepokken
Het wordt nu ook de tijd dat we zo langzamerhand gaan denken om de vogels te enten tegen kanariepokken. Dat moet gebeuren zodra de laatste jongen ongeveer drie tot vier weken oud zijn. Ik heb al eerder geschreven dat natuurlijk niemand verplicht is om te enten. Toch raad ik iedereen aan het te doen. De laatste jaren lijkt deze, bijna altijd dodelijke, ziekte minder voor te komen. Het lijkt me dat dit vooral te danken is aan he5t feit dat er toch vrij veel wordt geënt.
Maar in dit geval geldt zeker dat voorkomen beter is dan genezen.
Krijg je deze ziekte in het hok, dan is er bijna geen redden maar aan. Het is vreemd dat alleen onze kanaries deze ziekte oplopen en er meestal aan sterven. Ik heb het eenmaal, ruim dertig jaar geleden toe er nog geen entstof was, in het hok gehad. Van de 67 kanaries zijn er toen 65 gestorven. Een aantal wildzangmannen die ik toen hield voor de bastaardkweek, leken geen enkele last te hebben van de ziekte. Ook exoten zijn blijkbaar niet vatbaar voor de kanariepokken. Vraag me niet waarom.
Ik ben een practicus en geen theoreticus. Maar ik waarschuw elk jaar weer tegen de kanariepokken omdat ik daarmee zelf ervaring heb opgedaan.
Denk niet: ik heb er jarenlang niet s van gehoord in mijn omgeving. De ziekte kan zo de kop opsteken en het kweekwerk van jaren vernielen. Begin zo langzamerhand ook al met het selecteren van de jonge vogels. Geef die vogels, waarvan je denkt dat ze kwalitatief boven de middelmaat uitsteken wat extra ruimte. Ze kunnen zich dan beter ontwikkelen en je hebt ook minder last van het bekende verenpikken. Een paar stukjes, aan het eind uitgeplozen, sisaltouw kan een eind maken aan de verveling van de vogels. Ze pikken daar graag aan. Nog beter is een bos met onkruidzaden. Maar dat is meestal een privilege voor mensen die in de buurt van het platteland wonen. En dan nog moet een plek gevonden worden waar niet is gespoten.
Het wordt nu een tijd van genieten. Van elke dag weer nieuwe dingen ontdekken aan de jonge vogels die in de rui zijn en zich nu eerst goed ontwikkelen. Maak gebruik van dit genieten. Joop Willink