Veranderingen (vervolg-aug en sept 2004)
Eerder is in Vogelvreugd in een aantal artikelen stilgestaan bij de aanstaande veranderingen bij de kleurkanaries. In dit artikel gaan wij opnieuw in op de komende wijzigingen van de standaardeisen. Deze nieuwe eisen zullen komend najaar gepubliceerd gaan worden. Ze zijn het produkt van intensief overleg met onze Nederlandse en Belgische zusterorganisaties. Dit overleg vindt plaats in prima onderlinge verstandhouding.
In de nieuwe eisen is rekening gehouden met de laatste aanpassingen in de
standaardeisen van de COM. Tijdens het laatst gehouden overleg in COM-verband
is ook tegemoet gekomen aan een aantal wensen die leven in de “noordelijke
landen”. Het resultaat is nu dat de nieuwe standaardeisen in Nederland op veel
punten overeen zullen komen met de eisen welke gaan gelden op wereldniveau. De
nieuwe standaard zal ingaan tijdens het keurseizoen 2006 (start Vogel 2006 en
COM –tentoonstelling 2006 in Zutphen)
Dit artikel is tot stand gekomen in overleg met de TC van de
ANBvV en het bestuur KMV Kleur en Postuur van de NBvV.
Hierna wordt ingegaan op de eisen zoals die in de nieuwe standaard gaan gelden voor de zwart- en de bruinserie. In vervolgartikelen zal op andere kleurslagen worden ingegaan.
Maximum melanine is het uitgangspunt dat gaat gelden in de zwart-
en bruinserie! Dat wil zeggen dat de totale kleuruiting van de vogels in deze series zo donker mogelijk moet zijn.
Het melaninebezit moet beginnen aan de snavelbasis. Voor het bestrepingspatroon
(rug- en flankbestreping) wordt in dit verband de 50/50 regel gesteld. Deze
regel betekent dat de bestreping in het rugdek net zo breed is als de zones
tussen de bestreping, deze 50% mag echter niet overschreden worden. Voor schimmels
en mozaieken mag de bestreping iets breder zijn dan voor de intensieve exemplaren (verhouding maximaal
60% bestreping t.o.v. 40% voor de tussenliggende zones) Bovengenoemde regel
geldt ook voor de flankbestreping. Een en ander brengt met zich mee dat voor de
beide maximum melanineseries (zwart en bruin) de bestreping lang en
ononderbroken moet zijn. Wat dit betreft zal een overgangstermijn in acht
genomen gaan worden:”minimaal onderbroken” rug- en flankbestreping zal de
eerste jaren nog geaccepteerd worden, echter na invoering van de standaardeisen
zullen de vogels die aan de 50/50 regel voldoen de voorkeur krijgen.
In de zwartserie en bij de intensieve vogels in de
bruinserie worden vogels gevraagd
zonder zichtbaar bruin phaeomelanine. Bij de bruin geel en bruin rood schimmels en bij de bruin mozaieken wordt
maximale aanwezigheid van phaeomelanine gevraagd Dit betekent dat de bruine
poppen zoals die in de huidige standaardeisen gevraagd worden op onze shows
welkom bljven; deze vogels moeten wel een duidelijk (als eerder beschreven)
bestrepingspatroon laten zien. Bij de kleurslagen bruin wit (dominant of
recessief) zal in de nieuwe standaard
onderscheid gemaakt gaan worden tussen bruin wit intensief en bruin wit
schimmel. De bruin wit intensieven
zullen bij voorkeur geen zichtbaar bruin phaeomelanine bezitten, bij de bruin
wit schimmels wordt maximaal phaeomelanine gevraagd. Het vragen van maximaal
phaeomelanine-bezit bij de schimmels en
mozaieken in de bruinserie is een van
de onderdelen waar we niet meegaan met de standaardeisen van de COM.
De snavel, pootjes en nagels moeten in de zwartserie zo
donker mogelijk zijn en ėėnkleurig, in de bruinserie moeten deze
bruin gemelaniseerd zijn en eveneens ėėnkleurig.
Voor de zwart wit dominant en de bruin wit dominant zal als
eis gaan gelden dat in de onderste vleugelpennen gele aanslag waarneembaar moet
zijn. Rode of oranjekleurige aanslag
zal als fout gerekend worden. Overigens geldt deze eis straks voor alle
kanaries met dominant wit. De grondkleur bestaande uit de lipochroom (of vetstof-)
kleur gecombineerd met het onderliggende eumelaninebezit en het
phaeomelaninebezit moet in de beide series zo donker mogelijk tot uiting komen,
de specifieke lipochroom kleur (wit, geel of rood) moet echter wel waarneembaar (herkenbaar) blijven. Bijvoorbeeld bij de
zwart geel intensief leidt dit tot de bekende donkergroene kleuruiting.
Het bestrepingspatroon van de agaat moet duidelijk
verschillen t.o.v. de vogels uit de zwart- en bruinserie.
Het grote verschil is hier dat de bestreping duidelijk
onderbroken moet zijn en dat deze smaller is (50%) t.o.v. de de zwarte en/of
bruine kanarie De bestreping moet dus niet meer zo fijn mogelijk zijn zoals
beschreven in de bestaande standaardeisen. Tevens moet er een duidelijke
flankbestreping aan beide zijden aanwezig zijn. Bij schimmelvogels mag de
bestreping iets breder overkomen.Het melaninebezit begint aan de bovensnavel.
De eerste reductiefactor maakt dat het
(bruine) phaeomelanine en het zwarte eumelanine gereduceerd worden. Hierdoor
zien wij een zwart bestrepingspatroon en bovendien ontstaan de typische
symmetrische baardtekening en oogstrepen. De aanwezigheid van deze
baardtekening is een must. De buitenrand van de grote pennen is licht omzoomd.
De hoorndelen moeten waarneembaar gemelaniseerd en eenkleurig zijn!
Zichtbare aanwezigheid van phaeomelanine is niet toegestaan.
Het aanwezige phaeomelanine zorgt er tezamen met het aanwezige eumelanine (dit
laatste zit bijv. in de donsbevedering), voor dat de grondkleur – ofwel de
uiting van de lipochroom kleur – donkerder wordt. De grondkleur dient echter
niet zo donker te zijn als bij de zwartserie. Deze grondkleur dient overal even
gelijkmatig aanwezig (egaal) te zijn en bijvoorbeeld ook door te lopen tussen
de poten. Aanwezigheid van de optische factor (ook wel citroenfactor genoemd)
komt de helderheid van de kleuruiting ten goede, een teveel aan optische factor
maakt het geheel echter te hard. De ivoorfactor (structuurkleur) werkt
enigszins contrastremmend op de vogel.
Bij vogels met de dominant witfactor moet en minimale gele aanslag in de onderse vleugelpennen zichtbaar zijn.
Alle isabelkanaries zijn net als de agaten in het bezit van
de eerste reductiefactor die
verantwoordelijk is voor de vermindering van het bruine phaeomelanine en ook
van het eumelaninebezit. Het bestrepingspatroon is ook hier duidelijk
verschillend t.o.v. de bruinreeks. Het is vergelijkbaar met de agaatreeks en
dus onderbroken en smal, echter niet zo fijn zoals de isabellen nu vaak geshowd
worden. De bestreping moet beginnen op de kop en via de rug, in de
lengterichting, doorlopen in de richting van de staart. Verder moet aan beide
zijden duidelijke flankbestreping aanwezig zijn. Het eumelanine is bruinbeige
van kleur, het melaninebezit begint aan
de snavelbasis. De vleugel- en staartpennen zijn eveneens bruinbeige van kleur
en deze pennen hebben een minimale omzoming.
De poten moeten vleeskleurig zijn, de snavel en nagels zijn
hoornkleurig. Zichtbare aanwezigheid van phaeomelanine is niet toegestaan, met
name bij de intensieve vogels. Een minimaal aanwezig bruin phaeomelanine is tolereerbaar bij de schimmelvogels en bij
vogels met wit lipochroom, deze phaeomelanine uit zich dan in een licht beige
tint in de grondkleur. Vogels zonder zichtbare bruine phaeomelanine genieten
echter de voorkeur. De grondkleur is overal
even diep van kleur en egaal aanwezig, ook de flanken mogen geen
opbleking van grondkleur vertonen, wat bij veel vogels voorkomt. Een kleine
mate van aanwezigheid van de optische factor zorgt er ook bij de isabellen voor
dat de kleuruiting helderder wordt, een te veel hiervan maakt echter het
totaalbeeld te hard. Bij vogels met de dominant witfactor moet een waarneembare
(minimale) gele aanslag in de onderste
vleugelpennen zichtbaar zijn. De intensieve vogels laten geen enkel spoor
van schimmel zien, bij de
schimmelvogels dient een fijne en egaal verdeelde schimmel aanwezig te zijn.
Een wijziging die geldt voor alle melaninekleuren is dat bij
de schimmelvogels het geelbezit niet meer zo zacht van kleur hoeft te zijn als
in de standaardeisen tot nu toe is beschreven. Schimmelvogels mogen voortaan
diep geel van kleur zijn als ze maar
een goede schimmelverdeling laten zien. Dit betekent dat vogels van het “mantype”
in deze kleurslagen straks eerder aan bod komen dan in het verleden.
De mozaieken in de agaatserie en de isabelserie zullen
weinig hoeven te veranderen, deze voldoen meestal al langer aan de beschreven
melanine-eisen. Het mozaiek patroon op zichzelf wordt in de nieuwe
standaardeisen niet gewijzigd.
Wij adviseren de kwekers van deze vogels als zijn in de
genoemde richtingen in de toekomst mee willen blijven doen aan de
tentoonstellingen om bij de selectie
van hun kweekvogels nu al
rekening te gaan houden met de bovenbeschreven wijzingen en dus niet alleen op
TT-vogels te selecteren maar ook op toekomstige kweekvogels.
Namens het bestuur KMV Kleur- en Postuurkanaries van de NBvV
en de TC Kleurkanaries van de ANBvV