Betreft: COM congres kleurkanaries Palaisseau
Aan: Belanghebbenden
Van: Jac Meesters en Rein Grefhorst
Datum: September 2008
Tijdens het laatste weekend van augustus werd het kleurkanarie congres van de COM, onder verantwoordelijkheid van het OMJ bestuur gehouden in de buurt van Parijs.
Namens het OMJ waren aanwezig de voorzitter de heer Pierre Groux en de verantwoordelijke bestuurder voor de sectie kleurkanaries de heer Roberto Rossi.
Er waren 8 A landen aanwezig, vertegenwoordigd door 2 leden.
België, Duitsland, Spanje, Portugal, Frankrijk, Zwitserland, Italië en Nederland.
De laatste vertegenwoordigd door Jac Meesters en Rein Grefhorst.
Er was voor het congres geen van te voren vastgestelde agenda, deze werd ter plekke vastgesteld.
Gelukkig hadden Nederland, België zich in een bijeenkomst in Brussel al voorbereidt, op mogelijke agendapunten.
Agenda punt 1.
Vogels met wit lipochroom kennen wij in de toekomst nog in twee variëteiten, de:
o Dominant wit (wanneer er zichtbare gele aanslag aanwezig is)
o Wit ( wanneer er geen zichtbare aanslag aanwezig is)
België en Nederland waren het hier niet mee eens, omdat de vogels welke wij wit recessief noemen over het algemeen veel helderder van tint zijn dan vogels zonder aanslag die dominant wit zijn.
De andere aanwezigen deelden deze mening niet, ook niet na de aangedragen verschillen in helderheid van de tint en de kleur van de hoorndelen.
Bij de stemming was de uitslag 6 voor en 2 tegen (België en Nederland)
Vanaf nu zal er dus internationaal niet meer gesproken worden over wit recessief maar alleen nog over:
o Wit
o Wit dominant.
Agendapunt 2.
Het erkennen van vogels met witte staart en slagpennen.
Als argumenten werden aangedragen dat je bij vogels die niet in het nest zijn opgevoerd aan de aanslag in de pennen kunt zien in hoeverre het geel vervangen is door rood.
Argumenten die wij beslist niet deelden.
Tijdens het vorige congres is dit ook al uitvoerig aan de orde geweest en was de stemming 4 voor en 4 tegen, de doorslag werd toen gegeven door de voorzitter van het OMJ de heer Groux.
Nu bleek dat de Italianen hun huiswerk (lobby) goed hadden uitgevoerd en was na stemming de uitslag 5 voor en 3 tegen (België, Duitsland en Nederland)
Als tegenstemmers konden wij niet leven met het feit dat onze mooi doorgekleurde vogels niet meer zouden kunnen deelnemen aan COM wedstrijden. Wij hebben dan ook voorgesteld om ze beide te erkennen en deze dan onder te brengen in aparte klassen.
Dit stuitte in eerste instantie op veel verzet bij de heer Groux, met als argument weer 16 klassen meer.
Besloten werd dan ook om de besluitvorming hierover uit te stellen tot de volgende dag (avond).
De zaterdagavond werd dit voorstel in stemming gebracht, met als resultaat 6 voor en 2 tegen.
Dus vanaf heden kennen wij in de geel- en roodserie vogels met doorgekleurde vleugel- en staartpennen en vogels met witte vleugel- en staartpennen.
Doorgekleurde vleugel- en staartpennen |
Witte vleugel- en staartpennen |
|
Geel intensief |
Rood intensief |
|
Geel schimmel |
Rood schimmel |
|
Geelivoor intensief |
Roodivoor intensief |
|
Geelivoor schimmel |
Roodivoor schimmel |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Het voorstel van Portugal om dit ook toe te passen bij de ino’s werd voorlopig verworpen.
De komende drie jaar zal aan de hand van de aantallen ingezonden vogels worden bekeken of dit verantwoord is.
Agendapunt 3.
Bij de lichte kleuren mozaïeken T2 (man) toestaan dat er een lichte doorkleuring van de rug bevedering is.
Een krijtwitte rug, zoals in de huidige standaard staat omschreven is volgens de indieners van dit voorstel bijna niet haalbaar.
Argumenten:
Wij eisen een diep doorgekleurd en groot masker, dat maakt dat de rug iets zal doorslaan.
Uiteraard blijft het zo dat de meest heldere de voorrang geniet, als aan allen andere eisen is voldaan.
Het rood en geel mag bij de mozaïeken minimaal uitlopen in vleugel- en staartpennen.
Ook de borstvlek welke in de huidige standaard als rond staat beschreven zal in de toekomst beschreven worden als driehoekig.
Dit werd door alle aanwezigen goedgekeurd.
Agendapunt 4.
De melanine bestreping bij volpigment vogels (zwart- en bruinserie) zal in breedte bij de intensieve vogels wat worden aangepast.
Dit was 50-50, wordt nu 40-60.
Als argumenten werden aangedragen dat de grondkleur bij een verhouding van 40% melanine bestreping en 60% grondkleur beter tot uiting komt.
Voor de noordelijke landen een welkome bijstelling.
Noot:
Voor de schimmels en mozaïeken blijft de verhouding 60-40, dus 60%
melanine en 40% grondkleur.
Agendapunt 5.
Een door Spanje nieuw ontworpen keurbriefje waarop de punten aangekruist kunnen worden werd verworpen, past op dit moment niet bij de voorgestelde punten bij de keurtechniek.
Wel heeft het OMJ zelf een nieuwe keurbrief voor de kleurkanaries ontworpen.
Hier is met name de COM sleutel wat verder uitgewerkt.
Ook een voorstel om met minpunten te gaan werken werd verworpen.
De keuring moet juist de mogelijkheid bieden om positieve punten te waarderen.
Agendapunt 6.
De uitbreiding van het vraagprogramma.
Hier is door het COM/OMJ een nieuwe indeling gemaakt.
Vooral bij de mozaïeken zullen er extra series komen.
Voorbeeld:
o Zwart geel mozaïek T1
o Zwart geel mozaïek T2
o Zwart geelivoor mozaïek T1
o Zwart geelivoor mozaïek T2
Voor alle mozaïeken zullen T1 en T2 in een aparte groep worden opgenomen, zo de mozaïeken met ivoor zullen in aparte groepen worden geplaatst.
Agendapunt 7.
Aanpassen van de standaardeisen voor de bruine vogels.
De vogels uit de bruingroep zullen worden gevraagd met een maximale oxydatie van de melanine.
Aangepaste standaard.
§ Lange brede en ononderbroken donkerbruine bestreping. (40-60 voor de intensieven en 60-40 voor de schimmels en mozaïeken)
§ Maximale uiting van de melanine, gelijkmatig verdeeld over de vogel (mantel).
§ Alle bestreping maximaal bruin geoxideerd.
§ De flankbestreping is duidelijk en symmetrisch en moet een voortzetting zijn van het rugpatroon en van gelijke kleurdiepte als de rug en kopbestreping.
§ Snavel, poten en nagels bruinachtig van kleur.
§ Door het vragen van maximaal melanine zal het lipochroom iets minder helder overkomen.
§ Een duidelijk contrast tussen de bestreping en de grondkleur.
Bij de Bruin rood/geel intensief vragen wij een minimale aanwezigheid van phaeo tussen de bestreping, een verwevenhied met de lipochroomkleur.
Agendapunt 8.
Voorlopige standaardeisen voor de bruin topaas.
Deze vogels worden in geringe mate gekweekt, vandaar dat deze nog niet worden opgenomen in het vraagprogramma.
Wel werd er een voorlopige standaardeis opgesteld.
§ Klassiek bestreping, bruin van kleur.
§ Afwezigheid van phaeomelanine. Hierdoor ontstaat er een duidelijk contrast door de omzoming in de vleugel en staartpennen.
§ Duidelijke flanktekening, welke een voortzetting moet zijn van het rugpatroon.
§ Snavel, poten en nagels zijn vleeskleurig.
§ Ogen donkerrood.
§ De vleugel en staartpennen zijn goed gemarkeerd.
Agendapunt 9.
Keurtechnische aanwijzingen (richtlijnen per kleur).
Voor ieder kleur, of groep van kleuren zijn duidelijk richtlijnen opgesteld voor maximaal en minimaal aantal toe te kennen punten.
Ook voor de fysieke eigenschappen als:
§ Bevedering
§ Vorm en grootte
§ Houding
§ Algemene indruk
Zijn keurtechnische afspraken gemaakt en zullen in de standaard worden opgenomen.
Voor de definitieve toekenning zie de standaardeisen.
Voor vogels met 94 punten is men verplicht de algemene indruk te waarderen met 5 punten.
Ook zal aan de standaard en lijst worden toegevoegd waarop vermeld staat welke vogels niet voor punten in aanmerking mogen komen.
Dus NG (Non Jugé) op de keurbrief vermeldt krijgen.
Agendapunt 10.
De door België ingezonden brief met daarop een aantal punten.
Deze punten waren het resultaat van de bespreking in Brussel.
o Tijdens COM en COM erkende wedstrijden keuren met twee keurmeesters (een koppel).
Werd unaniem aangenomen.
Altijd een koppeling maken tussen een A en een B land, of twee A landen.
Dus geen koppeling van keurmeesters uit 2 B landen.
o Extra aandacht voor de keuromstandigheden.
Keuren bij daglicht, of als dit niet mogelijk is te keuren bij kunstlicht, volgens een vastgesteld systeem.
Rein Grefhorst zal namens Nederland een kopie zenden aan het OMJ van de keurbakken die gebruikt worden door de ANBvV.
Agendapunt 11.
Spanje heeft een voorlopige standaard gemaakt voor de Jaspis.
In deze voorlopige standaardeis is alleen de enkelfactorige (simple dilution) Jaspis opgenomen.
Zal worden gevraagd in: -Zwart
-Bruin
-Agaat
Na een marathon dag van ruim 12 uur vergaderen, waar het er soms fel aan toe ging kon de voorzitter de vergadering sluiten.
Bij de agaat wit mag de lipochroomkleur tussen de bestreping niet zuiver wit zijn, er moet een lichte verwevenheid zijn van lipochroom met melanine.
Ook moeten ze baardtekening laten zien.
Helaas is er onvoldoende gesproken over de azulfactor.
Wel is duidelijk dat hij in de agaatserie als positief wordt ervaren en wordt toegestaan.
Voor de zwartserie zie de standaard.
Rest ons nog om onze Belgische vrienden Gregory en Jan te bedanken voor hun hulp als tolk bij het omzetten van Frans naar Nederlands en andersom.
Jac Meesters en Rein Grefhorst.
Vorden, 25
mei 2008
Beste
sportvrienden,
Op
vrijdagmiddag 18.30 uur arriveerden Herman en ondergetekende in Novotel te
Plaiseau. We reisden per Thalys vanuit Rotterdam naar Parijs Noord; een mooie
ontspannen reis die in drie uur wordt afgelegd. De voorbereiding voor dit
congres was zeer goed te noemen, omdat we 14 dagen voor dit congres een
vergadering van het I.S.E.C. hadden gepland te Rosmalen.
Uiteraard
stond deze bijeenkomst ook op de agenda.
Met de
aanwezige afgevaardigden uit België; A.O.B. en K.B.O.F. Duitsland; D.K.B. en
Nederland N.B.V.V. en A.N.B.v.V. werd er op deze zondagochtend een voorlopig
voorstel gemaakt waar alle aanwezigen achter stonden.
Er is
onderling voor dit congres erg veel email en telefoonverkeer geweest om tot een
definitief voorstel te komen. Dit is door onze zuiderburen vertaald in het
Frans en daarna door elk land afzonderlijk naar het O.M.J. verzonden.
Op vrijdag
4 april om 19.00 uur werd het congres geopend door Pierre Croux.
Aanwezig
waren afgevaardigden van Duitsland, Oostenrijk, Spanje, België en Nederland.
Pierre
Croux verontschuldigde de afwezigheid
van de heer Gino Cortese; de verantwoordelijke voor de sectie G en H. en de
heer Paparella.
De
afgevaardigden van Frankrijk en Italië waren nog niet aanwezig door vertraging
tijdens hun reis.
Hierna
werden de afgevaardigden voorgesteld en het programma werd doorgenomen.
Voorstel
1:
Weer terug
naar keuren met een team van twee keurmeesters, deze keuren een zelfde reeks en
bepalen daarna samen de medaille winnaars.
Dit
voorstel was ingediend door België en is aangenomen.
Voorstel
2:
Door de
organisatie van Hasselt meegegeven aan de afgevaardigden: keurbrieven op A 5 formaat,
dit is afgewezen; blijft net als alle andere keurlijsten op A 4.
Voorstel
3:
Voorstel
van België, Duitsland en Nederland een procedure voor snellere erkenning van
nieuwe mutaties. Is aangenomen onder de volgende voorwaarden.
Ø
De nationale COM moet een officiële aanvraag
ter erkenning indienen bij het OMJ secretariaat, met kopie aan de voorzitter
OMJ en aan de organisator van de Mondial, minstens 30 dagen voor datum van het
OMJ congres. Er moeten minstens 3 vogels van de nieuwe mutatie gebracht worden.
Van elk geslacht minstens 1 vogel.
Ø
De OMJ richt ter plaatse een commissie op,
gevormd door de voorzitter, de verantwoordelijke van de sectie G en 3
keurmeesters van verschillende nationaliteit
Ø
Deze
commissie komt samen in de namiddag van de 2de keurdag
Ø
De
kweker kan de mutatie komen voorstellen of zich laten vervangen en/of laten
helpen door een specialist
Ø
Indien
de mutatie aanvaard is, kan zij vanaf het daar op volgende jaar meedingen voor
de medailles en zal officieel erkend zijn na 3 opeenvolgende jaren van deelname
aan de Mondial
Voorstel 4:
Vanuit
België; Een kweeknummer kan alleen maar toebehoren aan één fysiek persoon.
Is
aangenomen en geldt voor alle secties.
Voorstel
5:
Voorstel van
Nederland om volgens de standaard te keuren.
Het feit dat 2 keurmeesters samen keuren in de zelfde
reeks zal al een stuk zelfcontrole geven.
Voorstel 6:
Gezamenlijk wordt er gediscuteerd over het aantal
mutaties dat in een vogel aanwezig mag zijn.
In de serie
zwart, bruin, agaat en isabel zijn
alleen de combinaties met één factor of kleur toegelaten als volgt: pastel,
ivoor, opaal, ino, satinet, pastel (sijs) enkel of dubbel, donkerfactor (zo
donker mogelijk), topaas, phaeo, geel en wit met zwarte ogen, witkop en geel
bij de putter etc.
Dit is
geldig voor de COM
Voorstel
7:
Frankrijk vraagt of het mogelijk is een verschil te maken bij de
ondersoorten van de putters, groenvinken, goudvinken en barmsijzen. En verschillende
standaarden op te maken voor de belangrijkste ondersoorten.
Men zal aan Herman Heinzel vragen om tekeningen te maken van deze
vogels. Aanvaard.
Jacques
Faivre wil de standaarden maken voor de ondersoorten.
Karl
Fauconnier noemt de standaardeisen van mutanten die tot op heden klaar zijn van
de volgende vogels:
sijs ivoor, agaat ivoor;
barmsijs donkerfactor, bruin
donkerfactor, agaat donkerfactor, phaeo;
groenvink pastel, agaat pastel;
isabelpastel;
vink bruin opaal;
merel pastel ;
spreeuw agaat en phaeo;
goudvink geel;
alle
witkopputters
Al deze
standaarden zijn aanvaard en verdeeld aan de aanwezige landen.
Voorstel
8:
van België
Duitsland en Nederland om diverse groepen op te delen.
Is
aangenomen en is nu als volgt; barmsijs cabaret
barmsijs noordse en
andere onder soorten
barmsijs witstuit
(Hornemanni en Exlipes)
De kneu en
de frater zijn ook afzonderlijk opgenomen in het vraagpramma.
Roodmus en
woestijnvink blijven een groep.
De
kruisbekken zijn een afzonderlijke groep geworden evenals de appelvinken.
Ook de
mussen zijn uit de groep v.d. gorzen gehaald.
Samen vattend
de groep G 1 gaat van de huidige 26 naar 40 een forse uitbereiding!!
Voorstel
9:
Ook in de G
2 is een forse uitbreiding; dit op voorstel van Italië.
Dit was een
voorstel wat nog al beladen was, zeker door de hoeveelheid aan klassen die
erbij zouden komen en de aantallen vogels die in deze groepen tot op heden
werden ingezonden. Maar naar lang volhouden van de Italianen kregen ze
medestanders van een aantal kleine landen en haalde het voorstel het net!
Dit
betekend in het nieuwe vraagprogramma dat de bruine, agaten en isabellen
afzonderlijk in een groep zitten.
Een
uitbereiding van de huidige 20 groepen naar 64!
Dit is een
vermeerdering van 44 groepen opgeteld met de 14 uit G 1 een totaal van 58
nieuwe groepen. Meer dan 100 procent uitbereiding!
Voorstel
10:
Ook de
sectie H is uitgebreid; deze gaat van 20 naar 42, ook meer dan 100 procent.
Opmerkelijke
bij deze sectie is het weer opnemen van bonte hybriden; dit op voorstel van
Spanje.
Dit
voorstel stuitte aanvankelijk op zeer veel kritiek o.a. ook door de heer Croux
die dit pertinent niet wenste.
Hij maakte
dit duidelijk door op het bord de volgende proefparing te zetten;
Cochon x
Dinde = Cobaye (Vertaald Varken x Kalkoen = marmot)
Dit gaf
duidelijk aan dat het voorstel niet veel bijval zou krijgen.
Maar zie,
naar zeer lang aandringen en veel temperament van de afgevaardigde uit Spanje
kreeg het voorstel bijval en werd met 5 voor en 3 tegen aangenomen.
Dit werd
gelijk omgezet in een drankje dat onze Spaanse vriend had meegebracht.
Wel zitten
dan alle bonte hybriden in een klasse!!
Voorstel
11:
Voorstel
van België om de keurlijst van de hybriden aan te passen is ook aangenomen.
De
afgevaardigde van de A.N.B.v.V. (ondergetekende) was hierop tegen omdat dit
voor onze organisatie en de B.E.C. betekent dat we onze huidige C.O.M. lijsten
niet meer kunnen gebruiken.
Als
compromis is door ons voorgesteld dat er dan maar een lijst moest komen voor de
europese cultuur en hybriden.
Dit is
aangenomen en de nieuwe lijst is nu als volgt;
|
Dessin Tekening |
30 |
|
Couleur Kleur |
30 |
|
Forme & taille Vorm en grootte |
20 |
|
Plumage Bevedering |
10 |
|
Maintien, condition,
impression Houding, conditie en indruk |
10 |
|
Totaal : |
100 |
Voorstel
12:
Als laatste
is besloten dat er in de sectie H een blinde lijst aanwezig moet zijn voor de
keurmeester waar de naam van beide ouders op staan. Dit was in het verleden
niet en is dus een duidelijke verbetering.
Om ongeveer
17.00 uur waren de voorstellen behandeld en bedankte de voorzitter de aanwezige
experts voor hun komst en inbreng op dit congres.
Aan het
einde van deze dag is ons een diner aangeboden van het O.M.J.
De volgende
ochtend hebben we na het ontbijt afscheid genomen van de andere afgevaardigden
en onze terugreis begon om 10.00 uur. Na diverse overstappen van metro, trein
en bus waren we om 18.00 uur weer in Waalre waar ik aan mijn laatste stukje
reis met de auto moest beginnen en dit was volbracht om 19.30 uur toen ik in
het Achterhoekse Vorden arriveerde.
Herman van
Kruysdijk namens de N.B.V.V.
Bennie
Horsting namens de A.N.B.v.V.
Graag zou
ik mijn persoonlijke bevindingen nog even willen delen met u lezers. Ik ben
zeer tevreden met het aannemen van alle voorstellen die we in Nederland hadden
voorgesteld. Dit is zeer duidelijk een voortvloeiing van de vergadering van het
I.S.E.C.
Minder
gelukkig ben ik met de vele klassen die er bij gekomen zijn. Het moet toch wel
een wedstrijd blijven waar ook concurrentie aanwezig moet zijn! Dit is zeker in
de G 2 niet meer het geval.
Het is
gebleken dat niet alle landen beschikken over C.O.M. keurmeesters voor de
secties G en H, of deze niet afvaardigen.
Dat ik de
indruk heb dat het O.M.J./ C.O.M. de wedstrijd duidelijk populairder willen
maken door uitbreiding van het aantal klassen.
Er niet een
rechtlijnig beleid wordt gevoerd omdat vier jaar terug is aangenomen dat bonte
vogels niet meer gevraagd zouden worden en zie daar… er worden weer bonte
vogels gevraagd.
Maar je
weet, als je dit soort congressen bezoekt, is het een kwestie van geven en
nemen.
Al met al
ben ik tevreden met de resultaten die er zijn behaald en heb ik deze dagen als
plezierig ervaren en dank hierbij onze organisatie dat ik voor de derde keer
als afgevaardigde aanwezig mocht zijn.
Ook wil ik
Herman bedanken als mede afgevaardigde en zijn inbreng tijdens deze dagen.
En ik wil
natuurlijk de Belgische vogelvrienden hartelijk bedanken voor het vertaalwerk
waar ze ons enorm mee hebben geholpen.
Groeten,
Bennie Horsting
De Voornekamp
57
telefoon:
0575 55 27 80
e-mail:
b.horsting@chello.nl